SAL7391, Act: R°143.3 (250 of 708)
Search Act
previous | next
Act R°143.3  
Act
Date: 1497-11-06

Transcription

2021-04-09 by Jos Jonckheer
Item joh(ann)es coels in p(rese)ntia heeft gekint ende/
gelijdt ontfangen te hebben uuyt handen werners/
van merode als procur(eur) vand(en) godsh(uyse) van calvarie(n)/
berge inden beghijnhove van mechelen drie chijs/
boecken en(de) een coerboeck aengaen(de) der heerlich(eiden) van/
rotselair om d(air)mede jairl(ijcx) inne te heffen tot/
behoef vanden selve(n) godsh(uyse) de chijse(n) en(de) kue(re)n d(air)/
inne begrepen v(er)schenen en(de) te v(er)schijnen ende heeft/
geloeft den selve(n) werne(r) die boecke(n) alsulck wed(er)/
ov(er) te leve(re)n tot zijnd(er) maniss(en) gelijc de selve werne(r)/
die v(er)borght heeft voe(r) stadthoude(r) en(de) ma(n)nen van brab(ant)/
tamq(uam) ass(ecu)[tu(m)] cor(am) borch rosme(re) nove(m)br(is) vi[ta]
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2017-05-16 by Xavier Delacourt