SAL7392, Act: R°126.4-V°126.1 (260 of 687)
Search Act
previous | next
Act R°126.4-V°126.1  
Act
Date: 1498-11-17

Transcription

2020-07-26 by Karel Embrechts
Nae dien zust(er) lijsbeth cardenaels bij den raide vand(er)/
stadt te kynnen heeft gegeven den arbeyt die zij ten/
huyse der werdynnen henr(ix) vand(en) ruet gedaen heeft/
eer zij aflivich wordden is tot xviii(½) weken seggende/
d(aer) van noch in gebreke te zijne van vijf rinsgulden(en)/
vi st(uvers) d(aer)af zij beg(er)de bet(alinge) van giel(ise) crol des geco(m)mitteert/
vand(er) stadt wegen totten v(er)cope vand(en) haefl(ijcken) goeden nae/
hue(r) acht(er) gebleven Es geseet bijd(en) selven raide ende/
get(er)mineert dat de voirs(creven) sust(er) lijsbeth heffen sal sdaighs/
eene(n) braspe(n)ni(n)ck en(de) loept alsoe trest met huer ge(re)kent/
zijnde ind(er) manie(re)n als voe(r) drie rinsg(ulden) xii st(uvers) dwelc/
den voirs(creven) giel(ise) gelast is te geven Es oic geseedt want/
de voirs(creven) sust(er) lijsbeth dagel(ijx) gehadt soude hebben twee/
/ blancken d(aer)af mair huer i brasd(enier) toegevueght en/
is dat in alsoe verre d(aer) overschot wae(r) vanden/
pe(n)ni(n)gen vand(er) have(n) datmen hue(r) alnoch een seke(r)/
graselijch(eit) d(aer) af doen soude in (con)s(ili)[o] opidi nove(m)br(is)/
xvii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator