SAL7392, Act: R°361.3-V°361.1 (626 of 688)
Search Act
previous | next
Act R°361.3-V°361.1  
Act
Date: 1499-05-29

Transcription

2020-10-07 by Karel Embrechts
Item arndt van pede als possesse(ur) en(de) besitte(r) vande(n) hove/
ten morte(r) met meer ande(re)n goed(en) in lande(n) beempde(n) eeussele(n)/
dair toe behoiren(de) gelege(n) te he(re)nt dair op h(er) machiel abs(oloens)/
ridde(r) jairlijcx heeft ende heffen(de) es zesse goud(en) rinsgul(den) goet/
van goude en(de) zwaer van gewichte goet en(de) gheeve erfelijcke/
rinte(n) jairlijcx s(in)[t] jans misse bap(tis)te(n) ende drie mudd(en) rogs/
erfpachts vallen(de) jairlijcx s(in)[t] andriesmesse apostels te/
loeven(e) te leve(re)n ind(er) mate(n) de scep(enen) br(ieven) van loeven(e) en(de) van/
he(re)nt vande(n) selve(n) erfrinte(n) en(de) erfpachte wesen(de) dat volcomel(ic)/
uuytwijsen en(de) beg(ri)pe(n) heeft gelooft voir hem en(de) zijn nac(omelingen)/
den voirs(creven) he(re)n machiele abs(oloens) en(de) zijne(n) nac(omelingen) uuyt dien dat/
onse genad(ige) he(re) de h(er)toge oft zijne(n) stadhoude(r) en(de) ma(n)ne(n) van/
leene van brab(ant) tot zijne(n) behoef p(re)tende(re)n de voirs(creven) goed(en)/
oft e(n)nighe van dien leengoede te zijne ende van hem/
te leene gehoud(en) te moete(n) werdd(en) Willende alzoe de/
voirs(creven) erfrinte en(de) erfpacht te leene ontfang(en) te hebben(e)/
dat hij voe(r) en(de) inde stadt van alle(n) alsulke(n) goed(en) pandt/
wesen(de) vanden erfrinte en(de) erfpacht die bevond(en) soude(n)/
/ moegen werdd(en) leengoede te zijne den selve(n) he(re)n machiele/
tot zijnd(er) maniss(en) zoe vele en(de) alsoe goede ande(r) goede en(de)/
loffelijcke ond(er)pand(en) voe(r) de selve erfrinte en(de) erfpacht voirs(creven)/
v(er)oblige(re)n en(de) bevestige(n) sal den rechte genoech zijnde als vand(en)/
erfpachte voirs(creven) goed(en) vand(en) hove voirs(creven) pant wesen(de) vand(er)/
voirs(creven) erfrinte(n) [en(de)] erfpachte bevonde(n) soude(n) moege(n) wordd(en) leengoed(en)/
te zijne Behoudelijck nochtan den voirs(creven) arnde van pede als/
possesse(u)[rs] voirs(creven) zijn actie van de selve zesse r(ins) g(ulden) en(de)/
drie mudd(en) core(n)s erfelijck te moege(n) bewijs(en) den voirs(creven)/
he(re)n machiele oft zijne(n) nacomeling(en) op goede(n) ande(r) loffel(ijcke)/
ond(er)pand(en) bynne(n) der ba(n)mile(n) van loeven(e) gelege(n) en(de) zijn goed(en)/
van he(re)nt voirs(creven) d(aer)af alzoe te moege(n) lossen en(de) ontlasten/
ind(er) manie(re)n als die conditie beg(ri)pe(n) steet in eene(n) scepen(en) br(ieve)/
van he(re)nt me(n)tie maken(de) vand(en) selve(n) zesse r(ins) g(ulden) ende/
drie mudd(en) core(n)s erfel(ijc) vand(er) daet duyse(n)t iiii[c] lxxv/
op sinter claes avo(n)t Heeft voirt gelooft de selve arndt/
van pede den selve(n) he(re)n mach(iele) ende zijn erfrinte en(de) erfpacht/
voirs(creven) allessins los te houde(n) ende tontlaste(n) tot eeuwige(n)/
daige(n) aen mijne(n) genad(igen) hee(r) voirs(creven) van alle(n) ontfang(en) met/
des d(aer)aen cleeft ende ande(re)n coste(n) en(de) laste(n) die hij oft/
zijn nac(omelingen) uuyt ocsuyne vande(n) selve(n) rinte(n) en(de) pachte(n)/
te betale(n) soude moege(n) hebbe(n) ingevalle bevond(en) wordd(e)/
dat de voirs(creven) goede ond(er)pant wesen(de) voir deselve rinte(n)/
en(de) pachte voirs(creven) oft e(n)nige van dien leengoede wae(re)n cor(am)/
pynnock buetsele maii xxix
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator