SAL7392, Act: V°252.2 (463 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°252.2  
Act
Date: 1499-03-05

Transcription

2020-08-24 by Karel Embrechts
Item jan bocstuyn poirte(r) van des(er) stadt die met br(ieven)/
van des(er) stadt gescreven aenden meye(r) van campe(n)hout/
heeft doen uuytscriven en(de) r(e)stitutie te hebben(e) van alsulken/
haeffelijcken goeden als de selve meye(r) hem afgepandt/
hadde voe(r) seke(r) p(er)soneele actie(n) die hij hen van/
h(er)heyden heysschen(de) soude moegen zijn ende den selven/
meye(r) dach van rechte besceyd(en) inde banck voe(r) meye(r)/
ende scepen(en) van loeven(e) op heden dienen(de) soe v(er)re/
hij hem yet heyssche(n) woude heeft hem op heden/
te rechte gep(re)senteert inde banck voir meye(r)/
ende scepen(en) van loeven(e) voirs(creven) tegen den voirs(creven)/
meye(r) ald(aer) de selve meye(r) niet gecomp(ar)eert en is noch nyema(n)t/
van zijne(n) wegen in scampno m(ar)tii qui(n)ta
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-07-16 by The Administrator