SAL7393, Act: R°133.3-R°134.1 (245 of 692)
Search Act
previous | next
Act R°133.3-R°134.1  
Act
Date: 1499-11-06

Transcription

2019-03-31 by helga peeters
Vand(er) questien van gescille gecomen bijd(en) raide vander/
stadt tussche(n) geldolve huldeg(ar)den draye(r) met sijnder
//
werdynnen en(de) huer(er) beyd(er) sone geheeten [vacant] t(er) eend(ere) en(de) ka(tlij)[ne(n)] wed(uw)[e] anth(onijse) wijlen van raveschote t(er) and(er) zijd(en)/
ald(air) de voirs(creven) geldolf verhaelde dat de voirs(creven) ka(tlij)[ne]/
hem tacht(er) was vi pet(er)s eens oft d(air)omtrint sonder/
den chijs bij huer bet(alinge) van huyshue(re)n d(air) op hij bekynde/
dat e(n)nige betalinge d(air)op gebuert was te weten(e)/
vier brasd(enier) ende dat zij van hue(re)n gescillen d(air)af/
in w(er)sijden dien aengaen(de) gebleven wae(re)n in/
seke(re) p(er)soenen die de selve d(air)af v(er)enicht hadden/
te weten(e) dat de selve katlijne bet(alen) soude van ons(er)/
liever vr(ouwen) dage na(tivi)[t(as)] lestleden van weken te weken/
eene(n) brasd(enier) tot dat al bet(aelt) soude zijn met (con)d(ici)[en]/
oft zij ka(tlij)[ne] drie weken liet ov(er)gaen dat de hellicht/
gevallen soude zijn d(air) af hij geldolf seyt met/
sijnd(er) w(er)dynne(n) dat zij huer dagen niet gehouden/
en hadden en(de) hadde de selve scult sijne(n) sone voirs(creven)/
ov(er)gegeven bege(re)nde de nocht(ans) de selve katlijne/
ond(er)wesen te hebben(e) totter betalingen van huer(er) r(e)ste(re)nd(e)/
so(m)men en(de) d(air)af sekerh(eit) te hebben(e) van pand(en) oft and(er)ss(ins)/
d(air) op ka(tlij)[ne] huer v(er)antwerden(de) seyt dat zij de scult/
niet en ontkinde en(de) dat zij als voe(r) den chijs/
afgedaen ende bet(aelt) hadde ende oick de vier/
brasd(enier) hopen(de) opde vi pet(er)s al en hadde sij de/
navolgen(de) dagen niet gehouden dat d(air)o(m)me daccoirt/
gemaict niet te nyeute en soude zijn mair tselve/
noch voldoen(de) de voirs(creven) geldolf sculd(ich) zijn te vred(en)/
te zijne tselve p(rese)nte(re)nde op goede rekeni(n)ge/
vand(er) so(m)men alnoch r(e)ste(re)nde boven alle bet(alinge)/
te voirde(re) want hij geldolf noch zijn w(er)dynne/
de voirs(creven) scult niet gemaent en hadd(en) hopen(de)/
de voirs(creven) ka(tlij)[ne] mett(er) p(rese)ntatien te gestaen(e) nae/
huer gelegenth(eit) ende armoede Es geseet en(de)/
get(er)mineert den selve(n) p(ar)tien bijd(en) raide voirs(creven) dat/
zij bij malcande(re)n gaen souden en(de) reken(en) en(de) dat/
de selve ka(tlij)[ne] trest vand(er) selver rekeni(n)gen/
en(de) des zij bevond(en) soude moegen zijn tacht(er) te
//
zijne bet(alen) sal nae de t(er)mijne(n) tande(re)n tijden bijd(en)/
goeden ma(n)nen gemaict te weten(e) van nu voirt/
aene van weken te weken i brasd(enier) tot dat al/
bet(aelt) sal zijn op conditie soe v(er)re zij drie weken/
liet ov(er)gaen dat de hellicht vand(en) r(e)ste(re)nde so(m)men/
gevallen soude zijn in (con)s(ili)[o] op(idi) nove(m)br(is) vi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-06 by Xavier Delacourt