SAL7393, Act: R°268.2-R°270.1 (456 of 693)
Search Act
previous | next
Act R°268.2-R°270.1  
Act
Date: 1500-02-20

Transcription

2020-01-08 by helga peeters
Vander aenspraken gebuert voir meye(r) en(de) scepen(en) alh(ier)/
bij janne aeps glaesmake(r) tegen en(de) op gerard(us)/
de thymo t(er) causen van eene(n) seke(re)n erve gelegen/
inde scrijnstrate tusschen de goede henrici hanck(art)/
t(er) eend(ere) en(de) de goede desselfs jans aeps t(er) ande(re)/
op welke erve in tijden voirleden seke(re) huysen/
hadd(en) gestaen met eend(er) porte(n) en(de) uutgange/
ald(air) seggen(de) de selve jan voirts hoe dat de/
voirs(creven) gerard(us) en(de) oic henr(icus) voirs(creven) comen wa(r)en/
totten selven gronde en(de) erve bij uutdaigen(e)/
in dien dat zij hadden v(er)cregen een croene erff(elijc)/
tegen de capellanen en(de) meeste(re)n vand(en) dist(ri)butien/
bynnen der kercken van sinte pet(er)s alh(ier) uuten/
selven gronde gaende ende d(air) voe(r) als voere/
de selve erve uutgedaight ende hoedat bevo(n)d(en)/
soude wordden alsoe de voirs(creven) jan seydt dat/
zijn erve d(air)bij gelegen dwelc hij vercreghen/
hadde tegen m(ar)grieten sgruyt(er)s medepant was/
voe(r) de voirs(creven) croene erffel(ijc) bijd(en) voirs(creven) henr(icus)/
en(de) gerard(us) vercregen hem des gedragen(de) totten/
besceyde in dien van scepen(en) br(ieven) d(air)van wesen(de)/
en(de) hoe dat de voirs(creven) henr(icus) en(de) gerard(us) tselve/
erve uutdagen(de) als voe(r) en(de) te hemw(er)ts nemen(de)/
hem gheen conde oft wete d(air)af gedaen en hadd(en)
//
en(de) dat de voirs(creven) gerard(us) tande(re)n tijden geseet/
soude hebben en(de) oic gemae(n)t den besitters/
van sijnen gronde de voirs(creven) crone als pant/
oft ond(er)pant wesen(de) oft e(m)mers ten mi(n)sten tp(ar)t/
en(de) gedeelte der selver croenen nae gelegenth(eit)/
vanden panden en(de) ond(er)pand(en) hopen(de) alsoe t(er) (con)clusien/
want als voe(r) zijn erve ald(air) bevond(en) soude w(er)d(en)/
mede pant oft ond(er)pant wesen(de) en(de) hem in/
dien de conde niet gedaen en was dat he(m)/
derve des voirs(creven) gerardi dwelc hij aldair/
besitten(de) was ende hij en(de) henr(icus) voirs(creven) uutge/
wonnen hadd(en) met rechte aengewesen soud(e)/
wordden opten co(m)mer en(de) last vand(en) croenen voirs(creven)/
die hij p(rese)nteerde te dragen(e) seggen(de) oic ind(er)/
mat(en) hij dat h(ier)voirmaels gedaen hadde dat/
hij e(n)nige s(er)vituyt van ruymi(n)g(en) van eend(er)/
heymelijch(eit) ald(air) tusschen hen beyden gelegen hebbe(n)/
soude van die ov(er) en(de) dore de selve erve uuyt/
eend(er) porten die ald(air) plach te staene soe wa(n)neer/
des behoefde te ruymen(e) d(air)af nove(m)br(is) xii/
lestleden bij vo(n)niss(en) der scepen(en) genoech v(er)cleert/
is geweest dat de voirs(creven) jan aeps sijn (con)clusie/
en(de) aensprake op deen van beyden te weten(e) opd(en)/
gront oft opde s(er)vituyt soude funde(re)n en(de) bleef/
alsoe nochtertijt de voirs(creven) jan op sijn (con)clusie/
als voe(r) bij hem gemaict als dat hem mits den/
reden(en) voirs(creven) de voirs(creven) erve sculdich soude zijn/
te volgen(e) d(air)tegen de voirs(creve) gerard[(us)] heeft/
gesustineert de co(n)trarie vand(en) voirnemen(e) des/
voirs(creven) jans bij div(er)sen reden(en) yerst want hij/
ontkinde ende seyt datmen niet bevi(n)den/
en soude dat de voirs(creven) erve des voirs(creven) jans/
aeps pant oft mede pant soude sijn mair/
div(er)se erve(n) ende hoe dat op derve dwelc/
hij ald(air) hadde en(de) besitten(de) was in tijden voirleden/
twee huysen hadden gestaen die pant wa(r)en
//
vand(en) voirs(creven) cronen bijden voirs(creven) henr(icus) ende/
hem vercregen hoe wel thuys dwelc de selve/
jan aeps ald(air) besit en(de) zijn erve eene(n) man/
toebehoirt mochte(n) hebben alsoe regennoet wesen(de)/
vanden voirs(creven) twee huysen pant wesen(de) seyt/
oic al wairt soe dat bevonden wordde dat/
derve des voirs(creven) jans mede pant als voe(r)/
soude zijn voe(r) de voirs(creven) croene dat hij totten/
voirs(creven) erve bij hem en(de) den voirs(creven) henr(icus) uuyt/
gedaight niet en conste gecomen gemerct/
dat div(er)se erven wa(r)en ende hij gerard(us) den/
voirs(creven) janne noch sijn voirseten d(air) hij zijn/
erve tegen gecregen mocht hebben met rechte/
niet gepraempt en hadde om voe(r) tgebreck/
van dien d(air)op te p(ro)cede(re)n p(rese)nte(re)nde den selven/
janne en(de) sijnd(er) erven d(air)af sekerh(eit) te doene/
alsoe dat hem genoech soude moegen sijn en(de)/
sijne(n) nac(omelingen) dat hij t(er) causen vander voirs(creven)/
croenen gheen recht oft actie d(air)toe v(er)meten/
en soude oft tselve erve d(air)mede willen belasten/
hopen(de) dair mede te gestaen(e) ende hadde/
de selve jan e(n)nich recht van s(er)vitute(n) oft/
and(er)ssins van e(n)nigen ongebruycke totten voirs(creven)/
gerard(us) en(de) sijne(n) erve d(air)af p(rese)nteerde hij hem/
ten ynde van desen opdat janne alsoe beliefde/
trecht in dien te verwachten mair hoepte/
als voe(r) dat de voirs(creven) jan gheenssins tot/
zijnd(er) erven en consten geraken naede p(rese)nta(ci)[en]/
en(de) offe(re)n bij hem als voe(r) gedaen naeden welke(n)/
de voirs(creven) jan t(er) ve(r)ificatien van sijnd(er) meyni(n)g(en)/
en(de) pointen voirs(creven) heeft beg(er)t ende v(er)socht/
replice(re)nde t(er) (contra)rien meyni(n)gen ende de/
voirs(creven) gerard(us) duplice(re)nde met langen/
woirden in effecte genoech als voe(r) dat/
de voirs(creven) gerard(us) bringe(n) soude onder wet
//
de brieven vand(en) voirs(creven) zijnd(er) erven metgad(er)s/
den brieve(n) vand(er) constitutie(n) der croenen/
erff(elijc) voirs(creven) en(de) des dien aencleven mochte/
en(de) onder soude moegen hebben om d(air)uuyt/
de wairheyt te moegen vinden oft tvoirs(creven)/
zijn erve mede pant bevonden soude wordden/
oft niet Ende de voirs(creven) jan p(rese)nteerde van/
gelijcken te doene te weten(e) dat hij bereet/
was sijn besceyt van sijnen br(ieven) oick onder/
wet te bringen(e) d(air)op nae alt(er)catien van p(ar)tien/
in dien dat de voirs(creven) gerard(us) d(air)inne swarich(eit) maecte seggen(de) dat hij den aenleggere/
niet sculdich en wa(r)e sijn rechte(n) texhiberen(e)/
om sijn meyni(n)ge te funderen(e) ende de voirs(creven)/
jan de (contra)rie sustineerde d(air) ter maniss(en) vand(en)/
meye(r) bijden scepen(en) dien aengaen(de) gewesen/
is geweest dat de voirs(creven) p(ar)tien in w(er)sijden/
alle hue(r) br(ieven) en(de) munime(n)ten ov(er) br(ieven) souden/
onder wet om die bijden scepen(en) ov(er)sien te/
wordden(e) ende recht te geschieden(e) int/
pri(n)cipael alsoe beho(r)en soude Ende hebben/
alsoe d(air)nae de voirs(creven) p(ar)tien hue(r) brieven/
ov(er)bracht in w(er)sijden de welke ov(er)sien/
sijnde genoech bevond(en) es dat twee/
huyse(n) gestaen hebben opden gront d(air) q(ue)stie/
af is in tijden voirleden die alleene pant/
wa(r)en vand(en) voirs(creven) croenen erff(elijc) en(de) niet/
thuys des voirs(creven) aenlegg(er)s ende alsoe/
genoech geconcludeert hue(r) mater(ien) en(de) sake/
ende gesustineert mits den reden(en) als voe(r)/
dat zij comen souden totten ynde en(de) meyni(n)g(en)/
als zij voe(r) geconcludeert hadden Es gewesen/
t(er) maniss(en) smeyers [bijd(en) scepen(en)] op al en(de) int lange opde/
selve materie(n) geledt zijnde dat jan aeps
//
met sijnder conclusien ende voirnemen(e) v(er)doelt/
is opten gront d(aer) questie af is opt voldoen/
nochtans vand(en) p(rese)ntatien bij zijnd(er) wed(er)p(ar)tien/
hem als voe(r) gep(rese)nteert ende heeft de selve/
jan e(n)nich gebreck van e(n)nig(er) s(er)vituyt op en(de)/
vand(en) selven gronde dat hij d(air)af sal/
moegen voirts va(r)en nae recht opdat hem/
belieft act(um) in scampno februarii xx[a]
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-13 by Xavier Delacourt