SAL7393, Act: V°325.3-V°326.1 (540 of 692)
Search Act
previous | next
Act V°325.3-V°326.1  
Act
Date: 1500-03-24

Transcription

2020-06-14 by helga peeters
Vander questien gecome(n) voe(r) meye(r) ende scep(enen)/
tusschen janne vand(en) borchoven aenlegge(r) tegen/
willem(me) ts(er)claes v(er)weerde(r) aldair de voirs(creven)/
jan doende zijn aensprake seyt dat de voirs(creven)/
willem ende kairle zijn brueder de(n) selve(n) ja(n)ne
//
gegoet hadden in iiii(½) r(ins) g(ulden) erfelijck op tderde(n)deel/
vanden huyse en(de) hove mette(n) toebehoirte(n) gelegen/
opde voe(r) wijle(n) toebehoiren(de) he(re)n augustijne vand(en)/
borchoven ende zijnd(er) weerdy(n)ne(n) ind(er) mate(n) de gued(ingen)/
d(air)af geschiet mette(n) conditie(n) dat naird(er) uuytwijs(en)/
ende die goede gewarandeert op seke(re)n chijs inde/
selve guedinghe geruert Seyde voirt hoe dat/
div(er)se p(er)sone(n) ende onder dande(re) de legatar(is) jans/
wijlen uute(n) lyemi(n)ge(n) als die vand(en) fabrijcken van/
sinte pet(er)s de regeerd(er)s vande(n) heylige(n) sacrame(n)te met/
meer ande(re)n geleit wa(r)en voe(r) seke(re) [hue(r)] gebreken/
totte(n) goeden desselfs willems oude(r) van date/
wes en(de) dan zijn gued(inge) voirs(creven) versueken(de)/
alsoe ter conclusien want zij dat vanden voirs(creven)/
laste en(de) meer ande(re) op datt(er) meer bevonden wordd(en)/
gheen me(n)tie gemaict en hadden dat zij sculdich/
souden zijn en(de) met rechte bedwonge(n) die af te/
doene oft ande(re) goede sekerheyt te stellen nae/
des(er) stat recht voe(r) de selve iii(½) r(ins) g(ulden) erfel(ijck)/
soe dat he(m) en(de) zijne(n) nacomeling(en) genoech soude/
moegen wesen Dair tege(n) de procur(eur) des voirs(creven) willems seide dat hij ontkynde datme(n) bevi(n)den/
soude dat de voirs(creven) kercmeest(er)s en(de) legatar(is)/
voirs(creven) geleit wa(r)en totte(n) voirs(reven) goed(en) ende al/
wert zoe dat dat behoirts bevond(en) wordd(e) des/
hij hoepte neen dat tgedeelte van kaerle(n) zijnen/
brued(er) die goed(en) aengaen(de) genoech was voe(r)/
de vestich(eit) des voirs(creven) jans en(de) zijnd(er) rinte(n) voirs(creven)/
de voirs(creven) jan t(er) contrarien replice(re)nde leydt in/
feyte gelijck hij oick te voe(re)n gedaen hadde dat/
te bewijs(en) te weten(e) dat de voirs(creven) beleidde d(air)op/
sloegen ende oude(r) van date dan zijn guedinghe/
bliven(de) alsoe bij zijnd(er) conclusien ende nae/
dien de voirs(creve) jan tot zijne(n) thoene gewesen es
//
bijden scepen(en) ter manissen smeyers en(de) genoech heeft/
doen blijcken tvoirs(creven) beleit en(de) oude(r) van date/
als voe(r) ten daighe d(air)toe geprefigeert en(de) dienen(de)/
ende d(aer)nae de voirs(creven) p(ar)tien in weerzijd(en) hue(r) sake(n)/
geslote(n) hebben(de) ten effecte en(de) ynde als voe(r)/
bege(re)nde recht ende justitie Es gewesen/
t(er) manissen smeyers bijden scepen(en) dat de verweerde(re)n/
voirs(creven) sculdich sullen zijn den aenlegge(r) af te doen(e)/
dbeleyt voirs(creven) en(de) ande(re) beco(m)meri(n)gen die hem (contra)rie/
zijnd(er) guedinghe(n) en(de) wairscape souden moege(n)/
letsel doen oft ande(r) goede vestich(eit) stellen/
alzoe dat hem genoech zij act(um) in scampno/
m(ar)tii xxiiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-13 by Xavier Delacourt