SAL7394, Act: R°297.2-V°297.1 (466 of 478)
Search Act
previous | next
Act R°297.2-V°297.1  
Act
Date: 1501-04-27

Transcription

2021-11-09 by Karel Embrechts
Item jan van oucle in p(rese)ntia heeft gekint en(de)/
gelijdt en(de) mits desen kint en(de) lijdt dat de rintm(eeste)rs/
der stadt van loeven(e) te weten(e) arndt vynck ende/
pet(er) vand(en) zande tot behoef der selv(er) stadt hem afgeq(ue)ten/
hebben de hellicht vand(en) thien rinsgul(den) erffelijck/
bijden selven janne v(er)cregen xxvi septe(m)br(is) a(nn)[o] lxxxix/
opde voirs(creven) stadt van loeven(e) en(de) dingeseten(en) der selv(er)/
met br(ieve) der selv(er) stadt onder den segel ten saken/
d(aer) des(en) tegewoirdig(e) br(ief) due(r) gehecht en(de) gesteken es/
Bekynnen(de) de selve jan hem vand(er) selv(er) hellicht/
/ mett(er) v(er)loepen(en) rinten van dien tot des(en) daghe/
toe v(er)schenen geheelic v(er)nueght en(de) geco(n)tenteert/
te zijne Geloven(de) vand(er) selv(er) hell(icht) de voirs(creven) stadt/
hue(r) rintm(eeste)rs noch ingeseten(en) in live oft goed(en) te/
moeyen(e) noch te vexeren(e) in gheenen rechte geestel(ijck)/
noch werlijck mair van des(er) kynnessen en(de) quitan(cien)/
tege(n) eene(n)yegeliken inne te staene en(de) gerecht/
garant te zijne [en(de) te blive(n) tot ewige(n) dagen tot desen] ende heeft vanderdes(er) selv(er) hellicht/
behoirl(ijc) vertegen tot behoef der selv(er) stadt/
ende in dien altijt geloeft genoech te doene/
bliven(de) and(er)ssins den selven brief in zijnd(er) v(er)tuyt/
en(de) wesen(de) voe(r) dander hellicht der rinten voirs(creven)/
cor(am) h(er)meys buets(ele) aprilis xxvii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-06-13 by Jos Jonckheer