SAL7735, Act: R°34.2 (41 of 384)
Search Act
previous | next
Act R°34.2  
Act
Date: 1441-07-22

Transcription

2020-01-04 by xavier delacourt
Cont zij allen lieden dat jan de hont briede(r) woenen(de) ter heergrecht in jeg(ewoirdicheit) (etcetera) heeft/
genomen en(de) bekent dat hij genomen heeft van roelove wysschart als rentmeest(er) joffr(ouwe)/
joha(n)nen swaefs wedewe jans wilen dicbier tpanhuys tpanhuys des selfs joffr(ouwe)/
joha(n)nen gelegen ter heergrecht met sijnen toebehoirte(n) en(de) met eenen hove en(de)/
bog(ar)de acht(er) tvoirs(creven) panhuys gelege(n) en(de) met ene(n) stuck beemts voir tvoirs(creven) ph/
panhuys gelegen Te houden en(de) te hebben van sente jansmisse lest voerleden ene(n)/
t(er)mijn van sesse jae(re)n langc deen nae dand(er) daer nae staphans volgen(de) elcx jaers/
dae(re)n bynne(n) om sesse oude scilde en(de) vijf swaer vranckrijcsche cronen van goude/
goet en(de) gheve oft de weerde daer af half te kerssavonde en(de) dand(er) helicht/
te sint jansmisse te betalen [den voirs(creven) joffr(ouwe) joha(n)nen en(de) roelove oft de en(de) janne kievit oft den ene(n) van hen bringe(re) des briefs] alle jae(re) den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde ende telken t(er)mijne/
alse vervolghde schout It(em) sal de voirs(creven) jan de hont jaerlex betalen den cloeste(re)/
van vlied(er)beke twintich molevate rogs en(de) oec alsulken erftsijs als sij voertmeer jaerlex/
daer op hebben Voirt sal de voirs(creven) jan dbloc dat hij nu bloet vijnt ten eynde van/
sijnen t(er)mijne bloet laten It(em) sal de selve jan ten eynde vanden voirs(creven) t(er)mijne int/
voirs(creven) panhuys laten een scuppe en(de) een stoecgaffele en(de) alderhande gerec hier nae/
volgen(de) Te weten den ketel seven [thien] ame vate vijf tonne vate drie coelvate een/
staende vat een ondervat een slijcvat den trechte(re) ende den emer op den borne/
alle water vast laten Maer vand(er) groete(n) cupen met den loesen bodeme en(de) vand(er)/
cleynd(er) cuypen en sal de voirs(creven) jan de hont gheenen last hebben Gevielt oec/
datmen aen de huyse aldaer staende moeste doen decken plecken oft tymmeren/
daer af soude jan de hont den werclieden den montcost gelden en(de) van allen ande(re)n/
coste ongehouden sijn It(em) geviel oec e(n)nighe scade aen de voirs(creven) huyse bij toedoene/
oft roekeloesheyden vanden voirs(creven) janne oft van sinen boden oft beesten dat/
soude hij der voirs(creven) joffr(ouwe) johanne(n) oprichten op vuy vueghe dat de voirs(creven)/
jan vande(n) voirs(creven) panhuyse sceiden sal moegen ten eynde vanden drien jae(re)n/
op dat hij wilt maer dat moet hij der selv(er) joffr(ouwe) joha(n)ne(n) een half jaer/
te voe(re)n seggen Ende alle dese voirs(creven) vorwerden (et)c(etera) Voert so heeft geloeft/
de voirs(creven) jan den voirs(creven) joffr(ouwe) joha(n)ne(n) [en(de) of roelove(n) of den ene(n) (et)c(etera)] te betalen xxv gripen xl pl(a)c(ken) voer elke g(ri)pen gereke(n)t/
ten v te eynde vanden voirs(creven) t(er)mijne of ten halve(n) t(er)mijne op dan hij dan scheiden/
de welke de voirs(creven) joffr(ouwe) joha(n)ne hem geleent heeft te sijne(n) aencome(n) en(de) voir dese/
xxv g(ri)pen zo zijn borgen robbijn van kessele vand(er) heergrecht en(de) jan va(n) boemale/
dieme(n) heet de smet [junior] de welke borge(n) de voirs(creven) jan de hont d(aer) af geloeft heeft scadel(oes) to(n)theffe(n)/
En(de) alle dande(re) vorwerden cond(icien) en(de) geluften (et)c(etera) heeft geloeft de voirs(creven) ja(n) lynthre pryke(re)/
julii xxii
ContributorsInge Moris , Agata Dierick
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-09-06 by kristiaan magnus