SAL7737, Act: V°217.3 (307 of 459)
Search Act
previous | next
Act V°217.3  
Act
Date: 1444-02-15

Transcription

2021-11-19 by kristiaan magnus
Van wille(m)me co(m)mer/
It(em) [want] willem co(m)mer de beleidt es tot den haefliken goeden marien [wilen] van hey/
berghen natuerlic docht(er) henrix wilen van heyb(er)ghen met d(er) stadt brieven/
van loeve(n) dach van rechte hadde doen bethekene(n) op heden voe(r) meye(r)/
en(de) scepen(en) van loeven den rentmeest(er) onss(er) gened(ichs) he(re)n te thienen/
of zijne(n) stedehoud(er) te corthenaken om der voirs(creven) goede wille/
welke de voirs(creven) stedehoud(er) hadde beslagen voer recht dat hij dair/
toe meynen mochte te hebben ende de voirs(creven) rentmeest(er) sijne(n)/
voirs(creven) dach van rechte niet verwaert en heeft noch doen verwae(re)n/
den voirs(creven) wille(m)me hem int recht p(rese)nte(re)nde so hevet tvo(n)nisse d(er)/
scepen(en) van loeve(n) gewijst datmen den voirs(creven) wille(m)me vande(n) voirs(creven)/
goeden houden sal in sijne(n) beleide v also verre alst noch voer/
hen comen wae [es] cor(am) lomb(ar)t abs(oloens) pynnoc vynck voshe(m) dor(ma)le/
febr(uarii) xv
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-10-31 by The Administrator