SAL7738, Act: V°123.4 (208 of 480)
Search Act
previous | next
Act V°123.4  
Act
Date: 1444-11-18

Transcription

2020-07-31 by Mi-Je Van Gils
It(em) cond zij allen lieden dat lijsbeth weduwe gielijs wile(n) crauwels bontwerckers/
opten dach van heden om zeke(re) reden(en) wille huer daer toe porrende voe(r) ons [scepen(en) van loeven hier ond(er) genoemt]/
openbairlic wederroepen heeft en(de) wederroept met desen brieve alsulken macht/
en(de) p(ro)curacie als zij tande(re)n tijden voe(r) scepen(en) van loeven(e) gemaect en(de) gegeve(n)/
heeft janne de custe(re) die hoirer dochter heeft om zeke(re) [hoe(r) renten en(de)] goede te ontfaen/
en(de) te rege(re)n gelijc de selve p(ro)curacie dat begripen mach Willen(de) en(de) beghe(re)nde/
de voirs(creven) lijsbeth dat de voirs(creven) jan bij crachte vand(er) selver p(ro)curacien/
voirtaen egheen macht hebben en sal e(n)nich ontfanck en(de) [of] bewyndt vande(n)/
voirs(creven) goeden te hebben oft yeman(de) aentespreken mair dat de selve/
p(ro)curacie te nyeute sij en(de) van gheenre werden van dat hij d(aer)mede doen/
soude willen cor(am) abs(oloens) vynkenb(osch) novembr(is) xviii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2013-06-11 by Inge Moris