SAL7739, Act: R°260.2-V°260.1 (429 of 608)
Search Act
previous | next
Act R°260.2-V°260.1  
Act
Date: 1446-04-02

Transcription

2018-04-29 by Frans Feyaerts
Na desen ter stont is comen de voirs(creven) gielijs hanckart en(de) heeft/
ae(n)gesproken ten naesten dage van rechte d(aer)toe gestelt de voirs(creven) goede/
meynen(de) bij alrehanden reden(en) die voe(r) inden rechte niet comen en wae(re)n/
dat hem en(de) zijnen beleide alnoch de voirs(creven) goede volgen souden d(aer)af/
hij thoenisse bijleide Den voirs(creven) janne hubrechts de contrarie houde(de)/
verandw(er)de de voirs(creven) goede met alrehanden reden(en) voe(r) verclaert en(de) meer/
and(ere)n hem inden rechte dienen(de) dairaf de selve jan hubrechts
//
thoenisse p(rese)nteerde De scepen(en) van loeven(en) wijsden beyde p(ar)tien tot hoiren/
thoenisse ald(air) ten dage d(aer)toe gesedt beide p(ar)tien thoenen(de) [elk] des hij [hoepte] hem/
dienen(de) [te sijne(n) rechte] de scepen(en) van loeven(en) ten ut(er)sten gemaent vanden meye(r) wijsden/
voe(r) een vo(n)nisse dat de voirs(creven) gielijs met zijnen beleide v(er)doelt wae(re) p(rese)nt(ibus)/
om(n)ib(us) scab(inis) ap(ri)lis s(ecund)[a]
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2015-12-01 by Jos Jonckheer