SAL7739, Act: R°305.3 (498 of 608)
Search Act
previous | next
Act R°305.3  
Act
Date: 1446-05-02

Transcription

2019-11-29 by Frans Feyaerts
It(em) de voirs(creven) wout(er) van vertrike en(de) wout(er) van overbeke hebben quijtgescouden hoe(r)/
beleit daer mede zij geleidt zijn tot den goeden have en(de) erve des selfs jans also/
v(er)re dat hijnd(er)lijc wesen mochte aen alsulken schout van v gulden pet(er)s als de selve/
jan van vertrike den voirs(creven) gerarde scul(dich) es des hij na met scepen(en) brieve(n) va(n) loeve(n)/
spreken(de) van xlii gulden rijd(er)s tot den selve(n) goeden beleidt es behoudelic dien dat zij alt(oes)/
daer met aftrecken selen moegen daer voe(r) sij voer den selve(n) ja(n)ne totten dage toe/
van heden gesproken of verantwerdt hebben te hoe(re)r eedt sond(er) meer van deser tijt voerts/
d(aer) inne verantwerder schouts de te trecken en(de) op troest vanden selve(n) hoe(re)n beleide/
voe(r) den selven ja(n)ne and(er)s te spreken en(de) hebben geloeft daer met gheen hijnd(er)/
and(er)ssins te wesen aen des voirs(creven) gerard[(us)] schout sond(er) argelist vynck voshe(m) maii s(ecund)[a]
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-12-04 by Jos Jonckheer