SAL7739, Akte: V°364.2-R°366.1 (606 van 608)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte V°364.2-R°366.1  
Act
Datum: 1446-06-22

Transcriptie

2019-02-20 door Frans Feyaerts
Na vele handelingen die te meer stonden voe(r) den raide vand(er) stad/
geweest is en(de) zeke(re)n t(er)mi(n)acien d(aer)op gelopen tusschen h(er) janne vand(er) bruggen/
he(re) te blaersvelt ridd(er) scouth(eit) van antwerpen en(de) marcgrave slants van ryen/
inden name van hem selve alse naden rechte d(er) stad van loeven(en) beleidt tot/
allen den goeden have en(de) erve jans pet(er)s van artslair en(de) jans pet(er)s sjongen/
zijns soons t(er) eenre zijden en(de) gielijs zand(er)s naturlic t(er) ande(re) alse van eenen/
bossche geheten den langenbosch geleg(en) tarslair den welken de voirs(creven) gielijs/
meynde dat hij and(er)wilen gecocht hadde [tegen loenijse vanden moere] om xxxii l(i)b(ra) gr(oten) brab(ant) gelts bij/
believen en(de) (con)sente pet(er)s vanden dale die uut macht van scepen(en) brieven va(n)/
loeven(en) totten goeden des voirs(creven) pet(er)s jans en(de) jans comen soude zijn geweest/
en(de) navolgen(de) dien cope den voirs(creven) loenijsen te vele en(de) div(er)se plaetsen/
betal(in)ge d(aer)af gedaen Also dat hij hoepte dat de selve loenijs hem d(aer)af luttel/
of niet geheisschen en soude konnen so gaf ov(er) en(de) p(rese)nteerde ald(aer) de voirs(creven) gielijs/
mids d(er) t(er)mi(n)acien voirg(eruert) zu(n)d(er)linge eend(er) die ov(er)dragen wart en(de) get(er)mineert/
opten x dach van decemb(er) lestleden inhouden(de) zeke(re) v(er)borgenisse dat/
de voirs(creven) gielijs sculdich was te doen bij uutwisen(e) d(er) selv(er) t(er)mi(n)acien also/
hij namaels gedaen heeft so gaf ov(er)en(de) p(rese)nteerde de voirs(creven) gielijs in/
name van betalingen de pointe en(de) p(er)ceelen die hij den voirs(creven) loenijse te div(er)sen
//
plaetsen alst blijct gedaen hadde hier na genoempt gelijc die in eender cedele(n)/
bij hem ov(er)gegeven gescreven stonden d(aer)af de tenue(re) van woirde te woirde h(ier) na/
vervolght It(em) inden yersten heeft de voirs(creven) loenijs den voirs(creven) gielijse in/
afslage vand(er) voirs(creven) so(m)men gegeven viii l(i)b(ra) gr(oten) brabants in hulpen vand(er)/
zoenen van eenen dootslage dair inne de voirs(creven) gielijs gevallen was It(em)/
heeft de voirs(creven) gielijs noch uutgeleeght ten bevele en(de) behete svoirs(creven) loenijs/
de p(ar)tien h(ier) na verclaert te weten ix stuvers die verteert wae(re)n te duffle/
enen gulden(en) die hij haelde te waelhem vi stuvers aen melcheor vanden velde/
It(em) gegeven tsijnen bevele vi stuvers aen janne sc(i)bercx? sijnen weert Item/
hem gegeven te hingen(en) in vlaend(re) eenen rijd(er) en(de) zijnen wive eenen clinckt(ar)t/
vi stuvers die verteert werden doen de coop gesciede Item noch hem gegeve(n)/
te scelle eenen postulatus gulden(en) It(em) hem noch gegeven x rijd(er)s en(de) oic/
iii l(i)b(ra) gr(oten) brab(ants) die hij gehadt heeft in drie coyen Item hem bewesen/
aen jacoppen reckemast iii l(i)g(ra) gr(oten) die hij [aen] hem heeft ontfangen Item/
gegeven tsijnen bevele aen h(ere)n bertuse p(ro)chiaen doen t(er)tijt van aerschot[laer] xx/
stuv(er)s It(em) v(er)teert eenen rijd(er) tot gerardus huyse It(em) v(er)teert te wout(er)s van/
laethem i l(i)b(ra) gr(oten) It(em) iiii ph(ilippu)s pe(n)nynge inde malevesoie? It(em) noch v(er)teert/
in zijnen oirbe(r) te pet(er)s scaertant v lieliarts It(em) iiii ph(ilippu)s pe(n)nynge/
v(er)teert doen zij thuysw(er)t gingen It(em) opten yersten dach ind(er) tweed(er) reisen/
doen zij te loeven(en) quamen v(er)teert te wout(er)s van laethem inde h(er)berge/
vii scell(in)ge gr(oten) It(em) noch gegeven vi stuv(er)s die verdroncken w(er)den met/
mijns jonck(ere)n knechten van wesemael It(em) gegeven te bevele van hem/
rase loots wout(er)s van laethem knape ii ph(ilippu)s pe(n)nynge It(em) v(er)droncken op/
tkerchof inden beyaen ii stuv(er)s It(em) v(er)teert iiii ph(ilippu)s pe(n)nynge inden land/
wijn doen zij thuysw(er)t gingen en(de) xviii mijten van ov(er)vae(re)n It(em) noch/
v(er)teert in zijnen oirbe(r) tot andwerpen iii pet(er)s It(em) hem noch gegeven/
v onssen zilvers elc onsse voir eenen pet(er) gerekent It(em) noch v(er)teert taertslair/
vande(n) zegg(er)s viii stuvers It(em) noch gegeven om zijn hoycke te loeven(en)/
te doen maken iii stuv(er)s te scelle v(er)teert in zijnen oirb(er) iiii stuv(er)s Item/
v(er)teert te loeven(en) ter laester reisen doemen de waerh(eit) tsijnen behoef leide/
vi s(tuvers) en(de) vi d(enieren) gr(oten) It(em) gegeven henricken den leersmake(re) [vi gripen] die v(er)teert/
wae(re)n te pet(er)s scaertant It(em) heeft hij noch gehadt eenen hoirnen/
armborst met haken met ryemen en(de) coke(re) voe(r) iii pet(er)s It(em) noch een
//
It(em) noch een paer lersen voe(r) x stuvers It(em) noch v(er)teert inde gans te loeven(en)/
in zijnen oirbe(r) viii rijnsch(e) guld(en) It(em) noch verteert te loeven(en) inden ketel/
alsmen den scoutbrief ov(er)gaf v rijders It(em) voe(r) twee geleiden die/
gielijs moeste hebben om zijnen wille vii scilde v(er)leet It(em) noch gegeven/
tsijnen bevele lauwereise vanden heetvelde voe(r) zijnen arbeit die hij hem/
hadde gedaen een l(i)b(ra) gr(oten) It(em) v(er)leet tsijnen beheete te jannes vanden hove/
ten tijde als hij dingde van wijne ii s(chellingen) gr(oten) It(em) xii stuv(er)s aen taellieden/
gegeven om loenijs voirs(creven) raet te hebben (et)c(etera) It(em) gegeven tsijnen bevele/
v pet(er)s doen gielijs vand(er) eycken geheten callais poirte(r) te loeven(en) w(er)t/
dwelc loenijs hem geloeft hadde te betalen It(em) noch v(er)teert inde hant/
te loeven(en) vi stuv(er)s ten tijde als loenijs zijn getugen leidde noch iiii/
stuv(er)s v(er)teert ten augustijnen eer tgeleide gegeven w(er)t It(em) ii rijd(er)s/
v(er)teert ond(er) gaen en(de) comen in loenijs orbe(r) It(em) gegeven janne neels/
te rupelmonde v pet(er)s ter goed(er) reken(in)gen It(em) verteert eer hij de voirs(creven)/
v peters betalen woude dan met rechte want hijt(er) borge maer voir/
en was dair hij om moeste liggen vi weken en(de) meer elcx daighs/
iiii stuv(er)s It(em) gegeven te cost alsmen t(er)mineerde de voirste t(er)minacie/
in hue(re)r w(er)den te bliven(e) so den twee getugen elck van iii dagen/
en(de) noch aen v getugen van arslair elc van iii dagen aend(er) stad/
brieven de getugen inne te doen dagen en(de) aen des meyers wijn/
tsamen xxxvi stuv(er)s It(em) heeft noch gehadt de voirs(creven) loenijs v/
ty(m)m(er)houte en(de) een voed(er) fasseels w(er)t zijnde vi gulden tsamen It(em) noch/
betaelt aen vi getugen elc van iii dagen alsmen dingde vand(en)/
coope en(de) aen twee stad brieven en(de) des meyers wyn xxi s(chellingen) gr(oten)/
hoepte bij dien na alle reden(en) rechte en(de) gelegenth(eit) d(er) zaken dat hem die/
bewijsnisse en(de) betalinge genoech zijn soude en(de) dat hij d(aer)mede meynde/
te gestaen aengesien also hij hoepte dat de stad te bynnen was/
dat zijnen voirs(creven) coop belieft was en(de) geoirlooft bijden genen die/
des macht hadden uute(n) welken hij hem sculdich wae(re) te bliven/
D(aer)op dat te meer stonden bijden voirs(creven) h(er) janne vand(er) bruggen/
en(de) de vriende(n) jans pet(er)s en(de) jans zijns zoons geandwert zijn/
geweest vele en(de) div(er)se m(er)kelike reden(en) bijden welken zij/
hoepten dat den selve(n) coop des voirs(creven) gielijs van gheenre/
w(er)den zijn en soude en(de) ond(er) dande(re) want zij tot hoiren thoenisse
//
geadmitteert wae(re)n gelijc de voirs(creven) gielijs oic was geweest claerlike/
gethoent hadde met goeden ma(n)nen die hen d(aer)op v(er)stonden en(de) d(aer)af/
wael te spreken wisten dat den voirs(creven) bosch wael w(er)t was ii[c]/
en(de) xxv rijd(er)s en(de) bijdien ov(er) meer and(ere)n dueghdeliken en(de) m(er)kelike(n)/
reden(en) die de voirs(vreven) p(ar)tien ope(n)bairlic genoech bijbrachte(n) na alle/
gelegenth(eiden) navolgen(de) oic den t(er)minacien voe(r) tussche(n) de voirs(creven) p(ar)tie(n)/
gelopen die geregisteert staen So ov(er)droegh de raed vand(er)/
stad notabelic v(er)gad(er)t met vollen gevolge dat te voe(re)n goede/
deliberacie en(de) voirdachticheit ind(er) zaken gehadt dat gielijs zand(er)s/
en(de) zijn borgen gehouden zijn selen janne pet(er)s en(de) janne pet(er)s den/
jongen zijnen zoon de betal(in)ge te doen vanden xxxii l(i)b(ra) gr(oten)/
voirs(creven) d(aer) voe(r) dat den bosch d(er) voirs(creven) p(er)sone v(er)cocht was en(de) vand(er)/
betal(in)gen voirs(creven) die gielijs ov(er)geeft loenijse gedaen te hebben en(de) vand(er)/
donck(er)heit die d(aer) inne vallen mochte behelt de stad te hoirw(er)t/
om te v(er)clae(re)n hoe v(er)re de selve loenijs den voirs(creven) gielijse d(aer)af sculdich/
[sal] zijn te restitue(re)n behoudelic oft janne pet(er)s en(de) janne zijne(n) zoon/
voirs(creven) bij des(er) betal(in)gen yet in handen comen wae(re) dat dat den/
voirs(creven) gielijse zand(er)s te baten en(de) tafslage sal comen cor(am) abs(oloens)/
dieven burg(i)m(a)g(ist)ris wijtvl(iet) pynnock scab(inis) joh(anne) de oppe(n)dorp nych(olao)/
kersmak(ere) lud(ovico) rike godef(rido) roelofs walt(ero) de nethen(en) lud(ovico) roela(n)ts/
wil(he)lmo hek(er)linc arnol(do) de bynk(em) henr(ico) lynthr(is) wil(he)lmo naen/
wil(he)lmo de buetsele gierard(o) clerck et pet(r)[o] pols et joh(anne) m(er)sels/
(con)silar(iis) junii xxv
Nagekeken doorMi-Je Van Gils
ModeratorMi-Je Van Gils
Laatste update:: 2015-12-08 door Jos Jonckheer