SAL7741, Act: R°36.5 (80 of 325)
Search Act
previous | next
Act R°36.5  
Act
Date: 1447-08-17
LanguageNederlands

Transcription

2020-01-20 by Gerry Van Helmont
It(em) van alsulker aenspraken als henrick de caute(re) als meye(r) sgodshuys van haffligem/
gedaen heeft tot janne van ijseri(n)ghen poirte(r) d(er) stad van loeven(e) alse van zeke(re)n/
vruchten die de voirs(creven) poirte(r) aenveerdt en(de) afgebuert soude hebben van seke(re)n zijnen/
goeden inde p(ro)chie van esschene gelegen boven dien dat selve goede in rastacien/
gedaen wa(r)en nad(er) bancke(n) recht voe(r) seke(re)n tsijs die de voirs(creven) meye(r) van des/
godshuys wegen d(aer) aen eysschende was vanden welken de voirs(creven) henrick/
restitucie beg(er)de te hebben en(de) dat de voirs(creven) jan die also aenveerdt hadde/
boet de selve henrick te thoenen des hij niet en volquam hevet tvo(n)nis der/
scepen(en) van loeven(e) gewijst dat alsulken aensprake als de voirs(creven) henrick de/
caute(re) ten voirs(creven) janne waert gedaen hadde dat die den selven janne gheen/
ontstade doen en soude mair hadde henrick e(n)nich [gebreck] van erfchijse dat hij dat/
v(er)volghen mochte en(de) mette(n) rechte cor(am) abs(oloens) py(n)noc wynge willem(air) aug(usti) xvii[a]
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2014-08-20 by kristiaan magnus