SAL7741, Act: V°27.1 (56 of 325)
Search Act
previous | next
Act V°27.1  
Act
Date: 1447-07-27
LanguageNederlands

Transcription

2019-12-02 by Gerry Van Helmont
It(em) jan van gheele van diest in jeg(enwordicheit) heeft gekent en(de) gelijdt dat jan van/
langele oic van diest hem vijf rijnsce gulden(en) erfliker renten van/
alsulken twintich rijnscen gulden [erfliker renten] als de voirs(creven) jan van gheele houden(de)/
es op thof en(de) de goede des voirs(creven) jans van langele gelegen te/
miskem met hoe(re)n toebehoerten gelijc die goede inden scepen(en) brieve(n)/
van loeven vanden voirs(creven) erfrenten gemaict volcomelic begrepen/
staen wael en(de) wittelic gelost en(de) afgequeten heeft met/
alsulken pe(n)ningen als d(aer) mede de selve te quiten wa(r)en na seke(re)/
vorwerden d(aer) af and(er)wile gesciet voe(r) scepen(en) van loeven tuschen/
de p(ar)tien voirs(creven) de welke pe(n)ninge de voirs(creven) jan van gheele/
kendde [hem] vanden voirs(creven) ja(n)ne van langele in goeden gereden/
gelde volcomelic betaelt en(de) opgeleeght zijnde Den selven ja(n)ne/
van langele en(de) sijn goede vanden voirs(creven) v rijnsce gul(den) erflic/
volcomelic quijtscelden(de) gelovende de voirs(creven) jan van gheele/
en(de) jan sijn soen den voirs(creven) ja(n)ne van langele vanden voirs(creven)/
afquiti(n)gen tegen ene(n) jegeliken recht warant te sijn en(de) he(m)/
daer af altijt sond(er) hoe(re)n cost altijt genoech te doen/
also dat hem tot eeuwegen dagen vast en(de) seker sijn moege/
voertaen zo heefte(n) de voirs(creven) jan va(n) gheele de vad(er) en(de) jan/
sijn zoen voe(r) hen hoe(r) erfgenamen en(de) nacomeli(n)gen ov(er)ghee/
ov(er)gegeven en(de) geconsenteert den voirs(creven) ja(n)ne van langele sijnen/
erve(n) en(de) nacomelingen dat hij de ande(re) xx rijnsce gulden(en)/
erflicker renten vanden voirs(creven) xxv rijnscer gul(den) sal moegen/
lossen en(de) afquiten zo wa(n)neer hij wilt tenen male elken/
rijnsce gulden daer af met xviii geliken gulden(en) te weten/
iiii gulden rijders der mu(n)ten shertoghen van bourg(oignen) ende/
van brabant gemu(n)t voe(r) de date dusent vierhond(er)t en(de)/
veertich x dage in junio voe(r) vijf rijnsce gulden(en) gerekent/
en(de) met vollen renten niet wed(er)staende dat de p(ri)ncipale/
brieve vanden renten gheen quitinge en begrepen en(de) oic hier/
inne ond(er)sproken dat de voirs(creven) jan van gheele de vad(er)/
en(de) sijn nacomeli(n)ge de pe(n)ninge vand(er) afquiti(n)ingen zo wa(n)neer/
die gesciet selen toecken en(de) sculdich zijn te trecken los en(de)/
vry sond(er) e(n)ingen co(m)mer of last d(aer) af te gelden in e(n)niger/
manie(re)n lynden willemair julii xxvii/
dese vorw(er)de/
es v(er)and(er)t/
als steet junii/
xxvi li(br)[o] lii/
en(de) langele/
heeft tgelt/
va(n)d(er) afgequijtte(n)/
re(n)ten wed(er)/
als ja(n) va(n)/
la(n)ge de jo(n)ge/
seide die/
de voirs(creven) ande(re)/
gelufte ont/
finck
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2014-08-20 by kristiaan magnus