SAL7741, Act: V°64.1-R°65.1 (133 of 324)
Search Act
previous | next
Act V°64.1-R°65.1  
Act
Date: 1447-09-28
LanguageNederlands

Transcription

2020-04-26 by Gerry Van Helmont
It(em) van alsulken gedinge als geweest es voir meye(r) ende scepen(en) van loeven(e) tuschen/
h(er) janne van lonchamp ridder die voe(r) meye(r) ende scepen(en) van loeven(e) gegoedt/
es van janne van co(m)moingnes uut bel(eyde) geschiet int jair xiiii[c] xli xxiii dage/
in sprokil in alle de omberuerlike goede joncker henrix van lonchamp sijns/
vad(er)s also verre die goede toe te behoe(re)n plage(n) wernie(re)n wilen van loncha(m)p/
des voirs(creven) joncker henrix brued(er) en(de) die comen wa(r)en vanden stocke des/
voirs(creven) wilen w(er)niers ende hij die besatt ten tijden als hij v(er)gad(er)[de] nae staet/
der heylig(er) kercken in huwelike met jouff(rouwe) katlijne(n) van mosmalen zijne(n) wive/
t(er) eenre zijden ende janne vanden boome die naden rechte der stad van/
loeven comen ende beleidt es tot allen den o(m)beruerlik(er) goeden gheerts van/
coelne welc gheert van voe(r) beleidt es naden selven rechte int jair vors(creven)/
xx dage in sprokille tot alle(n) den goeden werniers wilen van lonchamp/
voirs(creven) welcke ii beleide de voirs(creven) jan dede lezen inden rechte t(er) ande(re)/
alse van ene(n) stuck wijng(ar)ts omtrent iii dachmael groet geleg(en) te/
marilez [den voirs(creven) wilen wernie(re)n toebehorende] welcke goede de voirs(creven) h(er) jan na dat hij zijn voirs(creven) guedinge/
inde rechte hadde doen lezen en(de) tvo(n)nis he(m) gewijst hadde dat hij de/
voirs(creven) goede aenspreken soude op dat hem geliefde de selve goede aensprack/
seggen(de) d dat de voirs(creven) wilen wernier de voirs(creven) goede besatt als zijn erve/
ten tijden als tvoirs(creven) beleid dair hij uut gegoedt was geschiede en(de) of de/
voirs(creven) jan seggen woude dat vercregen goede wa(r)en vercregen biden voirs(creven)/
wilen werne(re)n en(de) sijnen wive zo en soude hem dat gheen ontscade doe(n)/
also hij hopte want hij gegoedt wa(r)e in alle de goede die warnier te/
houden plach en(de) oic want de voirs(creven) jouff(rouwe) katlijne hue(re) duwarie hadde/
opte goede des voirs(creven) wilen werniers van c en(de) x mudden tarwen tsjaers/
die hoe(r) wael verpand wa(r)en op goede die noch also goet of drivout bet(er)/
wa(r)en en(de) met dier duwarien zo wair zij gescheiden van allen den/
goeden die wa(r)en des voirs(creven) warniers mids den welken hij hopte dat/
de voirs(creven) jouff(rouwe) nu aende goede verdoolt wa(r)e want zij niet beide/
duwarie en(de) lantrecht en soude moge(n) hebben ende dat dese pu(n)ten waer/
wa(r)en boet de voirs(creven) h(er) jan te thoenen met alsulk(er) conden van brieve(n)/
en(de) and(er)s als hij d(air)toe gecrigen conste en(de) metten mynsten (er)c(etera) dair op de/
voirs(creven) jan hem verandwerdende dede seggen dat hem die aensprake/
gheen outsprake doen en soude en(de) dat mids zeke(re)n reden(en) die hij dairtoe/
dede allige(re)n seggende dat de voirs(creven) h(er) jan nu(m)m(er)meer thoenen en soude/
dat de voirs(creven) werne(re) de voirs(creven) goede besatt als zijn erve ten tijde als tvors(creven)/
beleidt gesciedde want tselve beleidt gedaen waert nades voirs(creven) w(er)niers
//
doot Seggende voirts dat de selve warnier de voirs(creven) goede v(er)cregen/
hadde bijder voirs(creven) jouff(rouwe) karlijnen welcke poenten de voirs(creven) jan boet te /
thoenen hopen(de) mids dien dat hem de voirs(creven) goede en(de) zijnen beleide/
sculdich wa(r)en te volgen hoewael de voirs(creven) jouff(rouwe) katlijne hoe(r) duwarie(n)/
op des voirs(creven) warniers goede hebben mochte dwelck hoe(r) al waert/
dat zij dese sake selve verandw(er)de aende vercreghene goede die zij/
bij hoe(re)n man vercregen hadde gheen ontscade doen en soude noch/
sculdich en wa(r)e te doen want zij e(m)m(er) in deen heliht gericht zijn/
zoude ende sculdisch wa(r)e gericht te zijne vander erflich(ei)[t] ende in/
dande(re) vander tocht Oic zo wair zo de voirs(creven) h(er) jan gegoedt inde/
goede jonck(er) henrics zijns vaders ind(er) vuegen en(de) manie(re)n boven ge/
clairt mair h(er) jan en thoende n(er)gens noch en boet te thoenen hoe/
jonck(er) henrick totten voirs(creven) goeden comen wa(r)e en(de) also zo hopte de/
voirs(creven) jan dat hem enden zijnen beleide de voirs(creven) goede volgen soude(n)/
na de waerh(eit) die hij dairaf boet want gheert van colene gheen/
goede ewech gegoedt en hadde dan stockgoede oft doe warnier/
besatt ten tijde dat den huwelic geschiede ende dand(er) hadde hij in zijne(n)/
beleide behouden des hij hem totten brieve(n) gedroegh hevet tvo(n)nis der/
scepen(en) van loeven(e) gewijst nae aensprake ende verandw(er)den van beide(n)/
p(ar)tien dat alsulken aensprake als de voirs(creven) h(er) jan totten voirs(creven) janne/
gedaen hadde den selven janne noch zijnen beleide gheen ontscade/
doen en soude also verre alst noch voer scepen(en) comen es cor(am) absoloe(n)s/
ja(cobo) pynnoc witte wynghe willem(air) septemb(ris) xxviii
Contributorsmyriam bols
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2014-08-25 by kristiaan magnus