SAL7742, Act: V°288.4 (576 of 606)
Search Act
previous | next
Act V°288.4  
Act
Date: 1449-06-09

Transcription

2020-01-03 by xavier delacourt
Item jan de conynck woenende te meylem in teg(ewoirdicheit) heeft genomen en(de) bekent/
dat hij genomen heeft van lodewijcken van oppendorp geheten van ralenbeke/
de helicht [vand(er) werden] van alsulk(er) bossche alse de voirs(creven) lodewijck gelegen [liggende] heeft te/
meylem ter plaetsen geheten slymp(er)heit tusschen de goede tsjoncke(re)n van meyle(m)/
aen deen sijde en(de) de herstrate aen dand(er) Te houden en(de) te hebben van half/
merte lest leden eenen t(er)mijn van twee jaren lang deen nae dand(er) sonder/
myddel volgende voe(r) en(de) om twee mudde evenen tsjaers lovensch(er) maten/
[te s(en)t andriesmisse apostels te betalen] en(de) te loeven te leve(re)n off Met zulker vorweerden dat de voirs(creven) jan egheen/
ande(re) beesten d(aer) in weyden en sal dan p(er)de It(em) de voirs(creven) jan heeft geloeft/
den voirs(creven) lodewijk(e) ii mudde even(en) l mate van loeven en(de) [en(de) viii pl(a)c(ken) brab(antsch)] tsijnre/
manissen te betalen en(de) te loeven te leve(re)n t(am)q(uam) ass(ectu)[m] abs(oloens) vync junii ix
ContributorsInge Moris , Agata Dierick
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-03-11 by Jos Jonckheer