SAL7749, Act: R°29.1 (212 of 2637)
Search Act
previous | next
Act R°29.1  
Act
Date: 1455-07-24
LanguageNederlands

Transcription

2021-02-05 by kristiaan magnus
Van janne van wesenbeke scouth(eit) tzanthoven/
en(de) henricke vander blaect s(en)te pet(er)sman/
It(em) vanden gedinge dat geweest es voe(r) meye(r) en(de) s(en)te pet(er)ma(n)ne van loeven/
tuschen janne van wesenbeke als scouth(eit) van zanthoven in deen zijde/
en(de) henrick vand(er) blaect sente pet(er)sman van loeven in dande(re) Aldair/
de voirs(creven) scouth(eit) dede seggen dat de voirs(creven) henrick and(er)wile comen/
wae(re) by hem om te compone(re)n van zeke(re)n bruecken en(de) kue(re)n die/
hij hem eysschende was Dairaf zij ten lesten ov(er)quamen alsoe/
de selve henrick hem dair voe(r) toeseyde voe(r) ma(n)ne van zanthoven/
de zo(m)me van xxxvii ryd(er)s tot drie t(er)mijnen te betalen en(de) goede/
vestich(eit) d(aer)af te doen Te weten den yersten t(er)myne vii ryd(er)s ende/
ten and(er)en twee t(er)mijnen telken xv ryd(er)s d(aer)af de twee yerste/
t(er)mijnen gevallen wae(re)n Te weten den yersten van vii ryders bynne(n)/
xiiii nachten na de (com)posicie en(de) dand(er) ts(en)t jansmisse d(aer)na Dwelc wae(re)/
nu ts(en)t jansmisse lestleden en(de) den lesten t(er)mijn soude vallen inde/
naeste lyersche merct gelijc hij boet te thoenen metten ma(n)nen voirs(creven)/
eyschende d(aer)om betalinghe te hebben vanden xxii ryders d(er) voirs(creven)/
so(m)men als voir de twee yerste t(er)mijne en(de) vanden derden t(er)mijne goede/
vesticheit Hopende dat henrick hem dat alsoe sculdich wae(re) te doen/
zo verre hij des voirscreven steet gethoenen konde Op dwelke de/
voirs(creven) henrick hem verandwerde by alrehanden redenen d(aer)om hij/
meynde d(er) aenspraken ongehouden te zijne Seggende ond(er) den ande(re)n/
dat de voirs(creven) scoutheit zeke(re) zijn goede vercocht hadde en(de) de pe(n)in(n)ghe/
getogen d(aer)af hij van hem gheen rekeni(n)ge noch bescheit gecrigen en/
konde Vanden welken hij noch wel ond(er)hadde meer dan de voirs(creven)/
so(m)me gedroege en(de) hoepte want hij inden voirs(creven) eysch niet gehoude(n)/
en wae(re) dat hem de scouth(eit) rekeni(n)ge doen zoude en(de) zijn gelt oplegge(n)/
Dair op de selve scouth(eit) repliceerde seggende dat hij den voirs(creven) henr(icken)/
van zijnen vercochten goeden rekeni(n)ge gedaen hadde voe(r) de stad/
van andwerpen Tot wiens verzuecke en(de) uut crachte van hoe(re)n scepen(en)/
brieven tselve vercoepen geschiet wae(re) Mair hij woude hem ald(aer)/
noch g(er)ne rekeni(n)ge en(de) bewijs doen op dat hijs beg(er)de Of hij woude/
hem dat alhier voe(r) de stad doen blijcken zo verre henrick goede caucie/
ende seker sette voe(r) den cost dier op gaen zoude Alsoe dat na desen/
beide p(ar)tien gewijst wordden tot hoe(re)n bethoene des de voirs(creven) scouth(eit)/
ten dage d(aer)toe gestelt volquam Dair de voirs(creven) henrick niet tegen/
en thoende noch en pijnde te thoenen so hebben de s(en)te pet(er)s/
ma(n)ne van loeven t(er) maniss(en) smeyers gewijst voir een vo(n)niss(e) dat/
de voirs(creven) henrick den scouth(eit) opleggen zoude xxii ryd(er)s en(de) vanden/
ande(re)n xv ryde(er)s goede vestich(eit) doen gelijc de wairheit gedragen/
heeft En(de) geliefde henricken de p(rese)ntacie vand(en) scouth(eit) aen te/
nemen dat hij dat doen mochte cor(am) lu(dovi)[co] roelofs burg(imagistr)[o] mych(aele)/
absoloens ludo(vi)[co] roelands j(aspar) abs(oloens) jasp(are) abs(oloens) rasone vand(en) borch(oven)/
(et) ludo(vi)[co] uuter helicht ho(min)ibus s(an)c(t)i petri julii xxiiii/
ContributorsJos Jonckheer , kristiaan magnus , Agata Dierick , Greet Stevens
Moderated byMi-Je Van Gils

Signer

  • Lodewijck Roelofs
  • Michiel Absoloens
  • Lodewijc Roelants
  • Jaspar Absoloens
  • Raes vanden Borchoven
Last update: 2016-07-07 by Agata Dierick