SAL7761, Act: R°12.2 (29 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°12.2  
Act
Date: 1472-07-09

Transcription

2020-02-28 by Walter De Smet
It(em) vanden geschille dat geweest es tusschen benoite le marisceal en(de) willem(me)/
zijnen zone ter eenre zijden en(de) beat(ri)cen gardchon weduwe wouters wilen/
cocquillon t(er) ande(r) zijden alse van eenen huyse en(de) hove met der toebehoirten/
gelegen te giseynvile en(de) tsamen met den wijngairde dair bij gelegen/
die toebehoirde janne wilen beert In welke goede de voirs(creven) beatrijs/
heur tocht eyschte die heur de voirs(creven) benoit en(de) willem ontkynden mids/
dat de voirs(creven) benoit die goede hem anderwile tegen den voirs(creven) wilen/
wout(ere)n zijnen zwag(er) gecocht en(de) vercregen soude hebben also de guedi(n)ge/
brieve dat begripen mochten So zijn de voirs(creven) p(ar)tien d(air) inne ov(er)come(n)/
also dat de voirs(creven) weduwe mids zek(ere)n deughdeliken reden(en) en(de) goeden/
bescheide dair toe dienen(de) tot behoef vanden voirs(creven) benoite en(de) zijnen/
sone en(de) [heuren] erfgenamen oft hen sake hebben(de) de voirs(creven) geheyschte tocht/
en(de) voirts allen heuren actien en(de) rechte dat zij hadde oft hebben mochte/
inde voirs(creven) goede geheel en(de) all renu(n)cieert en(de) quijtschelt Gelovende/
d(air)aff den voirs(creven) heuren p(ar)tien ne(m)mermeer yet te eyschen oft d(air)om te/
moeyen in e(n)nigen rechte gheestelic oft weerlic mair dairaf hen in/
te staen en(de) warand te zijn tegen eene(n)yegeliken zonder argelist Cor(am)/
roel(ants) opp(endorp) julii ix
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-04-26 by Xavier Delacourt