SAL7761, Act: R°122.1-V°122.1 (356 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°122.1-V°122.1  
Act
Date: 1473-03-01

Transcription

2020-08-08 by Walter De Smet
Cond zij allen lieden dat peter de smet soen wilen vrancks he ende/
machtelt zijn wijf in p(rese)ncia (et)c(etera) hebben genomen en(de) bekendt genome(n)/
te hebben van h(ere)n wout(ere)n tsweers p(ro)curateur sgoidshuys va(n) bethleem/
inden name en(de) van weghen svoirs(creven) goidshuys thof ter breemdt/
desselfs goidshuys gelegen te weterbeke inde prochie van bierbeke/
met den huysen hoven beemden eeusselen ende neghen boende(re)n/
lands d(air)af [te weten] een block lands houden(de) xiii dach(mael) gelegen es ald(air)/
aenden aenhouw en(de) noch een block geheten hemelrijcks block/
en(de) alle de lande die tselve goidshuys houden(de) [es] op tsgreven velt/
en(de) opt to(m)meken Te houden te hebben en(de) gebruycken van/
halfmerte naistcomen(de) eenen t(er)mijn van tweelf jairen langh deen/
na dander zonder middel volgende Elcx jairs dae(re)nbynnen voe(r) en(de) om tweelf mudde rogs Te weten de voirs(creven) wynnen(de) lande voe(r) en(de) om tweelf mudde rogs goeds en(de) tweelf mudde evenen/
beide goeds en(de) payabels corens met wanne en(de) vloegelen wel/
bereidt der maten va(n) loeven of thien peters te xviii stuv(er)s/
tstuck voe(r) de vors(creven) tweef mudden evenen ts(in)te andriesmisse/
ap(oste)ls te betalen en(de) den voirs(creven) rogghe te loeven te leve(re)n den/
voirs(creven) goidshuyse alle jaire den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde en(de) telken/
t(er)mijne alse vervolghde schout Met vorwerden dat tvoirs(creven)/
goidshuys en(de) de wynnen alle dooft opte voirs(creven) goede jairlicx/
wassende hebben selen half en(de) half en(de) dat te geliken coste/
ter eerden leve(re)n It(em) selen de voirs(creven) wynnen de huysinghe vande(n)/
voirs(creven) hove houden wel en(de) loflic op heuren cost vand(er) und(er)ster/
rikelen ned(er)w(er)t It(em) selen de voirs(creven) wynnen jairlicx int vors(creven) hof/
leve(re)n een hond(er)t cusbae(re)r walme(re) om de voirs(creven) huysinghe mede te/
decken en(de) alsmen die ald(air) verdect of and(er)s yet ald(air) dect plect/
ty(m)mert oft metst van ouden wercke zo selen de wynnen den/
wercluden den montcost gheven en(de) tvors(creven) goidshuys de dachue(re)n/
en(de) wesmen alsdan d(air)toe van stoffen behoeft dat selen de wynnen/
halen en(de) aenbringhen It(em) selen de wynnen die beken waterleyen/
en(de) weghen aende voirs(creven) goede op heuren cost houden ruymen en(de)/
maken also dat tvoirs(creven) goidshuys dair bij niet beschedicht en/
werde It(em) selen de voirs(creven) wynnen de voirs(creven) lande en(de) eeusselen/
en(de) beemden jairlicx wel en(de) loflic bevreden en(de) beheymen en(de)
//
die bevreedt laten theuren afscheiden gelijc zij die bevynden selen/
theuren aencomene It(em) selen de voirs(creven) wynnen de voirs(creven) lande den/
vors(creven) t(er)mijn due(re)nde wel en(de) loflic wynnen en(de) werven op heure/
getidege voren gelijc reengenoten en(de) die theuren lesten jae(re)/
wel gewonnen en(de) op vier voren besaeyt laten en(de) alsdan en/
selen zij stroe mest noch and(er)s den vors(creven) goidshuyse toebehoiren(de)/
moegen afvue(re)n It(em) en selen de voirs(creven) wynnen gheene lande/
bynnen den drie leste jairen vanden vors(creven) t(er)mijne moege(n) hoervruchte(n)/
It(em) selen de voirs(creven) wynnen jairlicx opte voirs(creven) lande vue(re)n den/
m(er)gel va(n) eenre cuyten d(air)toe hen tvoirs(creven) goidshuys geven sal/
thien stuv(er)s It(em) [en] selen de voirs(creven) wynnen de trunckeycken aende/
voirs(creven) goede staende niet moegen truncken dat ten zess jairen/
eens en(de) te behoirliken tijde It(em) sele(n) de vors(creven) wy(n)ne(n) voer noch/
hebben [den vors(creven) t(er)mijn due(re)nde] een cleyn bloecxken tegen tvors(creven) hof ov(er) gelegen dair/
hij niet af gheven en sal It(em) selen de selve wynnen oic hebbe(n)/
tduyfhuys ald(air) en(de) dat gespijst laten theuren afscheiden/
gelijc zijt vynden selen theuren aenveerdene It(em) selen de/
tvoirs(creven) goidshuys en(de) de wynnen van malcand(ere)n moegen scheiden/
ten yersten zess jairen vanden vors(creven) t(er)mijne bij also dat de/
ghene die scheiden wilt dat den and(ere)n een jair te voe(re)n ku(n)dige(n)/
sal It(em) want tvors(creven) goidshuys den vors(creven) wynnen nu geleend/
heeft vi pet(er)s te xviii stuv(er)s tstuc so es vorw(er)de dat zij/
hem die bynne(n) twee jairen naistcomen(de) wed(er) gheven selen/
En(de) alle dese vorweerd(en) (et)c(etera) heykens caverson m(ar)tii p(ri)ma
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt