SAL7761, Act: V°129.3-R°130.1 (380 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°129.3-R°130.1  
Act
Date: 1473-03-12

Transcription

2020-08-30 by Walter De Smet
It(em) also als arnd wilen vander heyden and(er)wile gegoedt en(de) gheerft heeft/
h(er) woute(re)n tsweers p(ro)cureur sgoidshuys van bethleem tot desselfs goidsh(uys)/
behoef inde goede hierna bescreven Te weten yerst in zess dach(mail)/
zo bosch zo weyden tsijsgoeds gelegen ter plaetsen geheten ter heyden/
tusschen die heydestrate in deen zijde en(de) de goede svoirs(creven) goidshuys van/
bethleem in dande(re) en(de) neven de goede cornelijs van berghen en(de) jans/
vanden doirne It(em) in een boender zo bosch zo weyden dair by gelegen/
tusschen de voirs(creven) zess dachmail en(de) de goede willems roelants en(de)/
svoirs(creven) goidshuys It(em) in een dachmail weyden eygens goeds gelegen/
inde prochie van herent aen die heydestrate tusschen die goede svoirs(creven)/
goidshuys van bethleem en(de) jans switten gelijc twee scepen(en) brieve van/
he(re)nt dair op beide gemaict int jair duysent vierhondert eenen(de)tseve(n)tich/
vijf daghe in novembri dat inhouden So zijn comen voe(r) scepen(en) va(n)/
loeven henrick arnd en(de) lodewijck vander heyden gebruede(re)n soenen
//
henricks wilen vander heyden gheerd en(de) lijsbeth vander heyden kynde(re) goeswij(n)s/
wilen vander heyden brueders svoirs(creven) wilen henricks henrick bysscop en(de)/
katline vander heyden zijn wijf oic dochter svoirs(creven) wilen goeswijns mychiel/
en(de) lijsbeth vanden velde kynde(re) joes wilen vanden velde die hij hadde/
van lijsbetten zijnen wive zuster der voirs(creven) gebruede(re)n jan de vos katline/
vander heyden zijn wijf zuster der voirs(creven) wilen henricks goesswijns en(de)/
lijsbetten brued(ere)n en(de) zust(ere)n [vander heyden] willem vanden eynde en(de) m(ar)griete vander/
heyden zijn wijf [oic] zuster der zelver gebrued(ere)n en(de) zust(ere)n aleyd vand(er)/
heyden [oic] zuster der zelver kynde(re)n [gebruede(re)n en(de) zuste(re)n] weduwe jans wilen vanden b(er)ghe/
ketelbueters ende jan henrick arnd gheerd marie en(de) m(ar)griete vanden/
berghe kynde(re) der selver aleyten ende wilen jans den selven janne/
gheerde marien en(de) margrieten te voe(re)n uuten brode der selver aleyten/
heurer moeder behoirlic gedaen en(de) met (con)sente vander stad va(n) lov(en)/
Ende hebben gelooft de voirs(creven) guedinghen dairaf deene geschied es voe(r)/
scepen(en) van herent en(de) dande(re) voe(r) eygengenoten en(de) biden selven eygengenoten/
overbracht voe(r) scepen(en) van he(re)nt vast gestentich en(de) van weerden te houde(n)/
tot eeuwighen daghen openbairlic quijtsceldende tot svoirs(creven) goidshuys/
behoef alle trecht actie en(de) aensprake die zij tsamen oft bizunder hadde(n)/
oft hebben mochten het wae(re) uut saken vanden testamente arnds wilen/
vander heyden der voirs(creven) gebrued(ere)n en(de) zust(ere)n vander heyden vader oft/
e(n)nichssins and(er)s bekennen(de) hen engheen recht inde voirs(creven) goede te/
hebben in e(n)nigher manie(re)n Voerts zo hebben de voirs(creven) p(er)sone openb(ar)lic/
quijtgeschouden inden name en(de) torbe(re) svoirs(creven) goidshuys allet trecht/
en(de) actie die de selve quijtsceld(er)s hebben mochten in e(n)nigher manie(re)n/
in en(de) tot eenen stucke lands houden(de) drie dachmail of dair omtri(n)t dwelc/
den voirs(creven) wilen arnde den vader toetebehoiren plach geleghen inden/
varenzijp inde prochie van herent tusschen de goede [svoirs(creven)] willems roelants/
soen wilen goirds en(de) sheilichs gheests van loeven bekennende hen/
engheen recht noch actie daer inne te behouden oft te hebben in e(n)nig(er)/
manie(re)n Gelovende den voirs(creven) goidshuyse aen die goede noch aen/
engheene vanden ande(re)n voirs(creven) goeden ne(m)mermeer stoot oft letsel te/
doen oft te doen doen mair die den selven goidshuyse peislic te/
laten hebben en(de) gebruycken alse desselfs goidshuys p(ro)per goede allen/
argelist hier inne uutgescheiden Voerts heeft elc vanden voirs(creven)/
p(er)sonen van zijnen rechte dat hij daer inne de voirs(creven) goede hebben mach gelooft/
den voirs(creven) goidshuyse en(de) op sgoidshuys cost altijt genoech te doen/
also dat hem vast en(de) genoech [zeker] zal moegen wesen/
[voerts hebben gelooft de voirs(creven) mychiel vanden velde en(de) lijsbeth vanden velde zijn zust(er) katlinen vande(n) velde heurer beid(er) zust(er) buyten lands wesende in dien te hebben als zij bynnen lands compt dat zij dan den vors(creven) goidhuyse vanden vors(creven) goeden [alle] alsulke ky(n)nisse quijtsceldinghe en(de) geluften doen sal voe(r) scepen(en) van loeven alse dande(re) heure medeerfgenamen gedaen hebben en(de) vorscr(even) steet] Cor(am) oppend(orp) et vynck m(ar)cii xii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt