SAL7761, Act: V°167.4 (468 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°167.4  
Act
Date: 1473-05-03

Transcription

2020-11-05 by Walter De Smet
It(em) coel ende henrick voets geheten tscuyps gebruede(re)n soene wilen geldens hebben/
gelooft [ind(ivisim)] joffr(ouwen) lijsbetten weduwe meester vrancks wilen van dyeven alse vanden/
houwen van drie stucken bosch houden(de) deen vijf en(de) een half boender gehete(n)/
den ruelensbergh anders den hazenbergh en(de) dander houden(de) een boender/
geheten geheten tdoerneken also dat besloten leeght op hem selven aen dov(er)hage/
tderde stuck bosch geheten de gheesbeke aende sleckerstrate te [weten] voe(r) thout/
van elken boende(r) vanden yersten stucke xv rijnsch(en) gulden(en) te xx stuv(er)s tstuc/
d(air)af de ii boende(r) en(de) een half nu gehouwen zijn en(de) dande(re) iii boende(r) salmen/
houwen ten naisten toecomen(de) jae(r) en(de) tgelt vanden voirs(creven) ii(½) boend(ere)n zelen zij/
betalen half ts(in)t jansmisse naistcomen(de) en(de) dander te kersmisse d(air)na volgen(de)/
en(de) vanden ande(re)n drie boend(ere)n zelen zij tgelt gheven ten selven ii termijne(n)/
naest den afhouwene van dien iii boende(re)n comen(de) En(de) voe(r) thout vanden/
voirs(creven) doernekene dwelc zij houwen selen t(er) stont tsijnen zeven jae(re)n twi(n)tich der/
[voirs(creven)] rijnsch(en) gulden(en) te betalen ten naisten vanden voirs(creven) ii t(er)mijnen die na thouwen/
va(n) dien [yerst] comen zelen En(de) voe(r) tvoirs(creven) bosch te gheesbeke dwelck zij oic/
houwen selen tzinen zeven jae(re)n [selen zij] en(de) betalen dair voe(r) twintich rijnsch(en) gulden(en)/
ind(en) weerden voirscr(even) ten selven yersten termijnen [voirs(creven)] na thouwen van dien [bosch] comen(de)/
En(de) es vorw(er)de dat zij alle thout vanden voirs(creven) bosschen als dat gehouwen es/
selen moeten ruymen vanden bossche voe(r) s(in)t jansmisse dairna comen(de) Voerts/
es vorw(er)de dat de voirs(creven) weduwe van elcken vanden voirs(creven) ii lesten stucken/
bosch sal hebben een hond(er)t hopstaken goed en(de) cusbair en(de) die salmen heur/
op dbosch leve(re)n t(er) stont alst dbosch gehouwen es Voerts es vorwerde datmen/
tvoirs(creven) yerste stuck van v(½) boend(ere)n alst al gehouwen es sal h(er)meten en(de) oftmen/
dat bevynd min of meer houden(de) inder maten d(air)na selen de schuld(ere)n myn of meer/
gheven dan voirs(creven) es eisd(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt