SAL7761, Act: V°168.2 (471 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°168.2  
Act
Date: 1473-05-04

Transcription

2020-11-08 by Walter De Smet
It(em) vander aenspraken die henrick vander most gedaen heeft tot jaq(ue)minen docht(er)/
arnds lambrechts ten bijzijne en(de) p(rese)ncien jaqueminen heurer moed(er) va(n) quade(n)/
woirden die de dochter te hemw(er)t gesproken soude hebben zijnre ee(re)n/
grotelic aengaende onlanghs doen zij [hem] yesch zeker gelt van verken/
besiene opte veedem(er)ct alhier zeggende dat hij was een boeve en(de) een/
cokijn en(de) hinghe hij aende galghe dat hij dan zijn verdiente soude/
hebben met meer ande(re)n quaden woirden die zij alsdoen zeide welcke/
woirde hij boed te thoenen eysschen(de) d(air)af ze(re) grote beternisse (et)c(etera) Dair/
tegen de voirs(creven) dochter oic zeke(re) poenten inleyde te thoenen dienen(de)/
tot verschoenen van heuren rechte ontkynnen(de) de voirs(creven) woirde alsoe/
gesproken te hebben So hebben de scepen(en) van loeven gewijst voe(r) een/
vo(n)nisse na aensprake verantw(er)den en(de) thoenisse van beide den p(ar)tien/
dat de voirs(creven) jaq(ue)mine de dochter ongehouden zijn sal vand(er) aensp(ra)ken/
die de voirs(creven) henrick te heurw(er)t gedaen heeft Cor(am) roel(ants) borgh heyk(ens)/
caverson maii iiii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt