SAL7762, Act: R°111.1-V°111.1 (206 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°111.1-V°111.1  
Act
Date: 1474-10-27

Transcription

2019-04-04 by Walter De Smet
Allen den ghenen (et)c(etera) Soe eest dat wij teghewoirdichlick/
versocht sijnde voe(r) de gherechte waerheyt c(er)tifice(re)n dat zyd(er)t/
den zesten daghe van des(en) teghewoirdig(en) maent octob(ris) tot/
opden dach van heden deen nae den ande(re)n te div(er)sen stonde(n)/
in ons(er) p(rese)ncien verschene(n) en(de) gheco(m)pareert sijn en(de) hen/
verthoent hebben in natuerliken levene livende en(de) levende/
zijnde de p(er)sone hier na bescreve(n) Te weten(e) ierst h(er) jan/
vanden zande geheete(n) luycx prieste(r) raes vander lynden/
henrick van muylke joffr(ouwe) lysbeth ysacks weduwe lod(ewijcx)/
wijlen vanden meersberghe joffr(ouwe) yde ysacks huer zust(er)/
religieuse inden goidshuyse vander banck bij loven katline/
maghermans nu wettighe huysvrouwe jacobs van vertrijcke/
tynnepotghiet(er)s jan van berthem soon wijle(n) roelofs joffr(ouwe)/
g(er)truyd sangwijns nu religieuse inden goidshuyse van sinte/
bernards bij diest joffr(ouwe) marie scusters weduwe vrancx/
wijlen kemels jacob edelhee(re) en(de) jan de custe(re) bruede(r) soen/
wijlen pauwels Bekynnende en(de) verlyende de selve p(er)sone/
ende elc van hen zoe verre hem des aencleeft met dese(n)/
selve(n) brieve dat sij ontfanghe(n) hebben uut handen henricks/
celen rintmeest(er) nu t(er) tijt onss ghened(ichs) he(re)n tsh(er)toghe(n) in/
zijnre stad van tshertogenbossche en(de) van weghe(n) desselfs/
onss ghened(ichs) he(re)n de lijfrenten hier nae bescreve(n) Te/
weten de voirs(creven) h(er) jan vanden zande thien rijnssch(en) guld(en)/
raes vander lynden thien rijnssch(en) gulden(en) henrick/
van mulke vijf rijnssche guld(en) joffr(ouwe) lijsbeth ysacks vijf/
rijnssche gulden de voirs(creven) joffr(ouwe) yde huer sust(er) vijf rinssche/
guld(en) katline magermans met consente des voirs(creven) jacobs/
van vertrijcke heurs mans drie rijnssche gulden(en) jan/
van berthem vijf rijnssche guld(en) de voirs(creven) joffr(ouwe) g(er)truydt/
sangwijns drie rijnssche guld(en) joffr(ouwe) marie scust(er)s vijf/
rijnssche gulden(en) jacob edelhe(re) zeven en(de) eene(n) halve(n)/
rijnssche guld(en) en(de) jan de custe(re) twee en(de) eene(n) halve(n)/
rijnsche guld(en) welke p(or)chelen en(de) so(m)men de voirs(creven) p(er)sone/
zeiden hen verschene(n) ende ghevalle(n) te wesen te bamisse/
lest voirlede(n) van heuren jairliken lijfrente(n) opde p(ro)fijten/
en(de) demanien des voirs(creven) onss ghened(ichs) hee(re)n in zijnre stad/
vanden bosch voirs(creven) ende opde selve stad gelijc de brieve
//
dair op ghemaect dat clee(re)n moeghe(n) Bekynnen(de) hen de/
voirs(creven) p(er)sone ende elc bezunder vanden zijnen boven/
gheruert alse vanden voirs(creven) t(er)mijne en(de) allen voerlede(re)n/
t(er)mijne(n) voer wel betaelt en(de) vernuecht Sceldende dair/
af quite onsen voirs(creven) ghenedighe(n) hee(re) zijne(n) rintmeest(er) ende/
der stad vanden bosch voirs(creven) en(de) allen ande(re)n des quitan(cie)/
behoeven(de) Des torconden (et)c(etera) Act(um) xxvii octobr(is)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-17 by Jos Jonckheer