SAL7762, Act: R°184.2 (331 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°184.2  
Act
Date: 1475-02-01

Transcription

2019-07-31 by Walter De Smet
It(em) de voirs(creven) gielijs ende margriete zijn wijf hebben in p(re)sencien der scepen(en)/
van loeven voirs(creven) geaffirmeert dat de voirs(creven) schult deughdelick/
en(de) wettelic es en(de) spruytende uut dien dat tande(re)n tijden brued(er)/
gielijs die inder ordinen es vanden p(re)dike(re)n in zijne behoeften/
van zijnen uutsettene gehadt heeft xl rijnsch(en) gulden(en) dat/
dair o(m)me inde stad van dien elc vanden voirs(creven) twee kynde(re)n/
insgelijcx hebben sullen xl rijnsch(en) gulden(en) voer uut ende voer/
alle deylinghen ende dan met den selven brued(er) gielise brued(er)lic/
deylen inde goede beide have en(de) erve die na de doot der vors(creven)/
gehuyschen zullen bliven en(de) dat doen na den landrechte behoudelic/
dat de selve brueder gielijs zijn gedeelte vanden haefliken goeden/
sal aenveerden met goeden inventar(is) en(de) om dat selve gedeelte met/
zijnen gedeelte vanden erfliken goeden na de doot van hem wed(er)om/
te comen en(de) te succede(re)n opten vors(creven) zijnen brueder ende zuster/
oft heuren erven en(de) nacomelinghen cor(am) eisdem
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-07 by Jos Jonckheer