SAL7762, Act: R°193.5-V°193.1 (351 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°193.5-V°193.1  
Act
Date: 1475-02-15

Transcription

2019-08-03 by Walter De Smet
It(em) de voirs(creven) gielijs van hoelaer en(de) sijn huysvrouwe hebben den voirs(creven) meest(er) janne/
gheconsenteert dat hij tot sine(n) behulpe ende in vestich(eit) der voirs(creven) ii(½) rins gulden(en)/
lijft(ochten) ende noch van ii ande(re)n rinssche gul(den) lijft(ochten) hem hier voirmaels te weten(e)/
van dien viere ende eenen halven rinssche gulden(en) lijftochten
//
hem hier voirmaels bekint Te wetene/
viii daghe in m(er)te a(n)no lvii bijden selve(n) ghehuysschen bekint dieme(n)/
hem alnoch schuld(ich) es in sijne(n) handen behoude alsulken schultbrief/
metten beleyde als hij op huer goede sprekende heeft staen(de) op der/
came(re)n holsbeke m(er)tii viii voirs(creven) teghen den welken de voirscr(even)/
ghehuysschen ghelooft hebben hen niet te behulpen oft te late(n)/
behulpen in e(n)nig(er) manie(re)n behoud(elick) dat de voirs(creven) meest(er) jan soe/
wa(n)neer de voirs(creven) iiii(½) rinssche gul(den) afgequete(n) verstorve(n) oft/
verpant sijn de voirs(creven) scepen(en) brieve vand(en) lijft(ochten) en(de) beleyde te/
nyeute doen sal ende den voirs(creven) ghehuysschen ov(er)gheven eisd(em)
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-07 by Jos Jonckheer