SAL7762, Act: R°202.2 (373 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°202.2  
Act
Date: 1475-02-19

Transcription

2019-08-22 by Walter De Smet
It(em) jan van rillair de jonghe sone jans van rillair van/
huldenberghe woenen(de) op dese tijt opde groeve in p(rese)ncia/
heeft gelooft op zijn lijf en(de) goet en(de) op zoenbreke te/
sijne dat hij om gheend(er)hande saken noch stucken wille/
die gesciet zijn tot opden dach van heden tusschem hem/
op deene zijde en(de) barbele sbeckers geheten vand(er) ca(m)men/
dochter wilen henricx in dande(re) der selver barbelen/
ny(m)mermeer wangunst hatye veede noch viantscap/
draghen noch doen en sal hair crincken noch hynde(re)n aen/
hair lijff noch goede daghen noch moyen buyten lants/
bij hem selven noch niemant and(er)s in gheend(er) manie(re)n/
Bekynnen(de) en(de) verliden(de) zoe wair hij hier tegen dade dat/
hij sijn soude peysbreker en(de) zoenbreker en(de) verbort hebben/
sijn lijf en(de) goet ond(er) wat he(re)n oft gerichte hij bevonden soude/
worden cor(am) roelofs berghe febr(uarii) xix
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-07 by Jos Jonckheer