SAL7762, Act: R°268.1 (508 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°268.1  
Act
Date: 1475-04-10

Transcription

2019-11-24 by Walter De Smet
It(em) katline vanden brande geheten clincke weduwe jans wilen vanden/
wolputte en(de) baudewijn vanden hove heur natuerlic sone dien zij/
heeft van janne wilen vanden hove sone wilen boudewijns/
in p(rese)ncia (et)c(etera) hebben gekindt en(de) gelijdt dat hen bij joff(rouwe)/
katlinen horekens weduwe jans wilen vanden hove met/
gereden pe(n)ninghen afgeleeght zijn alsulke xvi stuv(er)s/
lijft(ochten) staen(de) ten live der vors(creven) katlinen en(de) baudewijns en(de)/
des langhsten van hen beiden leven(de) die zij te heffen/
plaghen op een stuck wijng(ar)ts arnds en(de) symoens loenijs/
gelegen te langdorp die de vors(creven) joff(rouwe) katline gelooft hadde/
en(de) op heur genomen te betalen Sceldende der voirs(creven)/
joff(rouwe) katlinen en(de) heur goede vanden vors(creven) xvi stuv(er)s en(de)/
va(n) alle(n) v(er)loepen(en) pachten der selver volcomelic quijt P(rom)itt(entes)/
null(a)t(enu)s alloqui sed ei r(e)c(t)am p(ro)sta(r)e warandiam Cor(am) b(er)ge/
vos ap(ri)lis x
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-14 by Jos Jonckheer