SAL7762, Act: V°163.1 (295 of 660)
Search Act
previous | next
Act V°163.1  
Act
Date: 1475-01-17

Transcription

2019-07-12 by Walter De Smet
It(em) robbrecht van hamele wettich man ende momboir joff(rouwen) lijsbetten van/
haesdale weduwe meester jacobs wilen van gheele heeft gelooft/
janne van oppendorp tweelf rijnsch(en) gulden(en) goed en(de) ghinghe/
tonser liever vrouwen daghe nativi[t(atis)] naistcomen(de) te betalen alse/
vervolghde schout Voert heeft gelooft de selve robbrecht/
also langhe als de voirs(creven) joff(rouwe) lijsbeth zijn huysvrouwe leven/
sal den selven janne van oppendorp te betalen jairlicx alsulke/
achtien rijnsch(en) gulden(en) erflic alse de selve jan van oppendorp/
hier voermaels tegen de voirs(creven) wilen meester jacoppen gecocht/
en(de) gecreghen heeft op zeke(re) goede en(de) onderpande desselfs/
wilen meester jacobs die de voirs(creven) robbrecht en(de) zijn huysvrouwe/
houdende zijn gelegen [te bleckem] inde prochie van halen te bleckem tot zulke(n)/
tijden en(de) termijnen als de scepen(en) brieve dair op gemaict dat/
inhouden en(de) begripen en(de) telken termijne alse vervolghde schout/
Ende voer alle des voirs(creven) steet es borghe des voirs(creven) robbrechts/
als principael schulde(r) henrick baken wyn vanden selven goeden/
also langhe en(de) vanden tijde zijnre pechtinghen due(re)nde en(de) van/
tghene des bynnen den selven [tijde] vander pechtinghen vallen ende/
verschinen sal ende niet voirder Cor(am) roelants heyk(ens) ja(nua)[rii]/
xvii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-24 by Jos Jonckheer