SAL7767, Act: V°116.2 (251 of 732)
Search Act
previous | next
Act V°116.2  
Act
Date: 1480-12-03

Transcription

2020-10-12 by Greet Stevens
It(em) steven lambrechts soen jans woenen(de) s(in)te pet(er)s vyssenake in p(rese)ncia (et)c(etera)/
heeft gekindt en(de) gelijdt dat willem van ophem geheten meest(er) ja(n)s/
hem als outste brueder en(de) naiste leven(de) mathijs wilen lambrechts/
bij ongevalle voirtijts bijden vors(creven) wille(m)me van live t(er) doot bracht/
van alsulker zoenen als vanden voirs(creven) dootslaghe opten xii[en]/
dach van merte int jair xiiii[c] lxxix inder stad van thien(en)/
inden goidshuyse vanden mynderbrued(ere)n aldair bijden vriend(en)/
van beiden zijden gedaen ende gesloten wert volcomelic genoech/
gedaen heeft ende voldaen Scelden(de) hem vanden vors(creven) ongevalle/
dootslaghe zoenen en(de) den scepen(en) brieven van thienen vand(er) vors(creven)/
daet d(air)op gemaict volcomelic quijte Gelovende den selven d(air)af/
ne(m)mermeer aen te spreken te vexe(re)n noch te moeyen in gheenen/
rechte gheestelic noch weerlic mair van des(en) ky(n)niss(en) en(de) quitan(cien)/
tegen eene(n)yegeliken inne te staen en(de) gerecht warant te zijne en(de)/
te bliven tot eeuwigen dagen roela(n)ts caverson dec(embris) iii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-04 by The Administrator