SAL7769, Act: R°134.1-R°135.1 (305 of 776)
Search Act
previous | next
Act R°134.1-R°135.1  
Act
Date: 1482-11-28

Transcription

2020-03-20 by Walter Winnelinckx
Vanden gedinge dat geweest heeft inde banck voer meye(r)/
en(de) scepen(en) van loeven(e) tusschen h(er) janne de grove priester/
capellaen inder kercken van s(in)te pet(er)s te loeven(e) inden name/
en(de) als procur(eur) irrevocabel jans en(de) jacops van ov(er)beke gebrued(ere)n/
kinde(re)n wout(er)s wilen van ov(er)beke ende wilen lijsbetten de/
grove sijns wijfs en(de) oic als procur(eur) irrevocabel machtilden/
van breetzijp weduwe henricx wilen de grove brued(er)s der/
voirs(creven) lijfbette(n) ende jacoppe v(er)noeyen als man en(de) mo(m)boir/
annen de grove sijns wijfs suster der voirs(creven) wilen henrix/
en(de) lijsbette(n) aenlegge(re)n ter eend(er) zijden ende joese wilts/
verweerde(r) ter ande(r) zijden om de helicht vand(en) goeden ende/
rente(n) hier nae bescreve(n) Te weten(e) ierst om de helicht vand(er)/
helicht van anderhalve(n) dachmale wilen lants nu beempts/
luttel myn oft meer gelegen inde loevene(re)nbeemde tussche(n)/
de goede wilen denijs boys en(de) andries thomaes It(em) om/
de helicht van twee rijnssche guld(en) erfliker rente(n) half te/
kersmesse en(de) half s(in)t jansmesse te betalen(e) aen en(de) op een/
huys en(de) hoff met sijnen toebehoirte(n) met twee came(re)n/
wilen ottens bolc nu des voirs(creven) joes gelegen acht(er) de goede/
des voirs(creven) joes inde borchstrate dat een straetken te sijne/
plach geheete(n) herent tussche(n) de goede wilen henricx/
peysman en(de) geldolfs wilen vander veken mesmakers/
seggen(de) de voirs(creven) aenlegge(re)n [na] dat zij hadden geexhibeert/
en(de) doen lesen een vidim(us) van eend(er) guedingen uuten/
beleyde vand(er) daet xiiii[c] xxxii xiii dage in november/
d(air)mede jan wilen lambrechts geheeten inde swane de/
jonge onder den ande(re)n gegoet is inde helicht vanden/
voirs(creven) and(er)halven dach(mael) ende inde voirs(creven) twee rijnssche gul(den)/
erfelijc Ierst dat de voirs(creven) wilen jan lambrechts de/
jonge hadde getrout nae staet der heyliger kercken katlijne(n)/
wilen de grove Ten ande(re)n male dat de voirs(creven) wilen/
henric de grove de moeder vand(en) voirs(creven) gebrued(ere)n van/
ov(er)beke en(de) des voirs(creven) jacops vernoeyen wijf wa(r)en wettige/
brued(er) en(de) suste(re)n der voirs(creven) wilen katlinen de grove jans/
wijf Ten derden dat de voirs(creven) wilen jan en(de) katline/
gehuyssche(n) de voirs(creven) goede en(de) renten d(aer) questie om/
is in hue(re)r tijt tsamen besaten als huer p(ro)pre erve Ten/
vierden dat de selve wilen jan en(de) katline tsame(n) hadde(n)/
eene wettige docht(er) dat die docht(er) hadde getrout wout(ere)n/
van berthem en(de) dat die tsamen besaten als huer p(ro)per
//
erve de goede en(de) rinte voirs(creven) Ten vijfsten male dat/
des meer dan eene(n)vijftich jair is geleden dat de voirs(creven)/
wilen jan lambrechts de jonge trouwede nae staet der/
heyliger kercken de voirs(creven) wilen katlinen de grove Ende/
dat sij tsame(n) hadden eene(n) wettigen sone geheete(n) henneke(n)/
die oft hij leefde meer dan vijftich jaer out soude sijn/
Ten sesten dat de voirs(creven) wilen jan ende katline alsoe/
tsamen saten in huweliken state eenen langen tijt van/
ja(r)en dat de voirs(creven) wilen jan aflivich wert voe(r) der/
voirs(creven) wilen katlinen dat de selve katline alsoe na de/
doot van hue(re)n voirs(creven) man de voirs(creven) goede en(de) rinte bleef/
besitten(de) als tocht(er)sse en(de) alsoe d(air) uut starf Ende dat/
de voirs(creven) lijsbeth de dochter aflivich is sond(er) wettige/
gebuerte Alle welke pointen voirs(creven) de voirs(creven) aenlegg(ere)n/
p(rese)nteerden te thoenen soe v(er)re hen die wordden ontkint/
hopen(de) soe v(er)re zij dat conden gedoen dat hen als/
naeste oire(n) en(de) erfgename(n) der voirs(creven) wilen katlinen/
volgen soude de helicht vand(en) voirs(creven) vercregen(e) goeden/
en(de) renten daer questie om es want bij dien ende/
den date vand(en) voirs(creven) vercrijge genoech claer ende/
openbaer is dat die v(er)cregen wa(r)en bijden voirs(creven) wile(n)/
janne lambrechts den jongen en(de) wilen katlinen de/
grove sijne(n) wive sitten(de) in geheelen vollen stoele hen/
des getroesten(de) totten rechte ende vo(n)nisse der hee(re)n/
scepen(en) daer op de voirs(creven) verweerde(r) hem v(er)antw(er)den(de)/
bekinde genoech de vie(r) yerste poenten maer ontkinde/
de ande(re) geheel en(de) al seggen(de) datme(n) ter contrarie(n)/
van dien soude bevi(n)den ende boot dat e(m)mers te bewijsen dat de voirs(creven) rinte over lx ja(r)en was v(er)cregen/
de welcke en(de) oic de voirs(creven) goede hij hadde vercrege(n)/
tegen g(er)truden lambrechts die suster was des/
voirs(creven) wilen jans des jongen en(de) alsoe de naeste/
van sijne(n) goeden Hopen(de) bij dien en(de) ande(re)n reden(en) te/
bliven(e) inde goede en(de) rinte voirs(creven) hem des getroesten(de)/
totten rechte Es gewijst bijden he(re)n scepen(en) van/
loven(e) ter manessen smeyers nae dat p(ar)tijen bij/
voirgaen(de) vo(n)nisse hue(r) thoenesse hadden geleyt des/
de voirs(creven) aenlegge(re)n van hue(re)n vermete en(de) den ontkinde(n)
//
pointe(n) bij deposicie(n) van huyghen van udekem henricke(n)/
loevene(re) henricke van guetrode henr(icke) de saghe(re) matheeuse/
abraens woute(re)n van breetzijp en(de) henricke en(de) pete(re)n/
speelberch geheelic volquamen den voirs(creven) verweerde(r) luttel/
oft niet dat hem mocht dienen thoenen(de) Ende nadat/
de procuracie der voirs(creven) machtilden van breetzijp bij/
voirgaen(de) vo(n)nisse mits hue(re)r aflivich(eit) afgesneden was/
dat her janne de grove inden name vand(en) gebrued(ere)n/
van ov(er)beke en(de) jacoppe vernoeyen als momboir sijns/
wijfs volgen sal huer successie vand(en) goeden ende/
chijse d(aer) questie om es p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scab(inis) dempto/
abs(oloens) novembr(is) xxviii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-20 by The Administrator