SAL7783, Act: R°210.3 (420 of 713)
Search Act
previous | next
Act R°210.3  
Act
Date: 1498-12-17

Transcription

2019-01-27 by Willy Stevens
It(em) de voirs(creven) jan de rijke ende raes de rijke sijn brueder/
hebben geloeft ind(ivisim) henricke neve ende lijsbette(n) sijnder/
huysvrouwe(n) costeloes ende schadeloes te houden en(de) tontheffen/
van alsulken sesse mudden tarwen erfspachts als deselve/
henr(ick) henrick sijn vader en(de) jan heyberch met hue(re)n borgen/
der selver weduwe(n) jairlijx ende erflijck sculdich sijn op/
seke(re) goede(n) ende onderpande die zij dair voe(r) gesedt/
hebben Ende dat zij die selve zesse mudd(en) t(ar)wen aflegge(n)/
sulle(n) met vollen pachten die verschene(n) es en(de) verschijnen/
sal tusschen dit ende den valdach naistc(omende) en(de) hem/
zijne(n) vader ja(n)ne heyberch en(de) hue(re) goede(n) dair af costeloes/
ende schadeloes teeuwige(n) dag(en) houde(n) en(de) ontheffen/
Ende oft zij d(air) inne gebreckelijc viele(n) sal henr(ick) en(de) sijn huysvr(ouw)[e]/
dat verhalen op hen ende hue(re) goeden met coste en(de) co(m)me(r)/
die zij d(air) o(m)me soude(n) moege(n) lijden sij wae(re)n va(n) rechte oft ande(re)/
Desgelijcx sulle(n) sij tot hue(re)n laste drage(n) alsulk(en) beleydt als de/
selve wed(uw)[e] ged(aen) mach hebbe(n) totte(n) goede(n) d(er) voirs(creven) p(er)soene(n) eisd(em)
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2014-08-19 by Jos Jonckheer