SAL7783, Act: R°278.3-V°278.1 (547 of 713)
Search Act
previous | next
Act R°278.3-V°278.1  
Act
Date: 1499-04-09

Transcription

2020-04-27 by Willy Stevens
Cont zij allen lieden dat jan nijns woenen(de) te beetse/
in p(rese)ntia heeft genome(n) teg(en) h(er) ja(n)ne vlas als p(ro)cur(eur)/
m(ijns) hee(re)n des p(re)laets van vlierbeke de goeden hier nae/
bescreve(n) Te weten(e) vijf boede(re)n drieschs gelegen te/
hulsbeke voir jans sdroogen tusschen des hee(re)n strate
//
de boct ende gheerts bericx geleg(en) It(em) noch eene(n) driesch/
houden(de) (½) boender oft dair omtrint tusschen den grooten/
bantsijp ende deyghen van halen It(em) noch (½) boend(er) beempts/
oft driesch oic geleg(en) opden grooten bantsijp tussche(n) de/
goede des voirs(creven) godshuys jans baken van diest ende/
deyghen van halen It(em) noch een zille beempts oft drieschs/
dair neve(n) gelegen gelijckerwijs hij deselve goeden/
gehouden heeft te houden ende te hebben van half merte/
lestleden eene(n) termijn van drie ja(r)en lang due(re)nde/
eemp(er)lijck vervolgen(de) elcx jairs om ende voe(r) veerthien/
ryns guld(en) te xx st(uvers) tstuck half s(in)t jans(miss)[e] ende half/
s(in)t mertens(miss)[e] te betalen(e) den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde quol(ibe)t/
ass(ecutu)[m] met conditien dat jan voirs(creven) bynnen den yersten/
ja(r)e alle stryvellen mierhoopen ende doirnen inde/
voirs(creven) driesschen staende sal moeten uuytroden/
slichten ende spreyden behalven alleen(e) (½) zille/
die boven inde hoochde leet vand(en) v boende(re)n voirs(creven)/
die hij yerst gehouden sal sijn uuyt te roden ende te/
slichten bynnen den tweesten ja(r)e It(em) sal deselve/
driesschen gehouden sijn den voirs(creven) t(er)mijn voirts wel/
ende loflijck soe tonderhouden(e) ende die tsijne(n) afscheyden(e)/
alsoe te laten(e) It(em) sal noch gehouden zijn jairlijcx/
inde voirs(creven) driesschen te planten ende wel te verdoirne(n)/
xxxii willige poten soe dat de beesten dair aen/
gheene schade en doen It(em) en sal de voirs(creven) jan niet/
moegen truncken oft houwen e(n)nich opgaen(de) hout/
noch oick jonck hout omtrint de voirs(creven) driessche(n) staen(de)/
It(em) sal gehouden zijn de grechten ende ryolen te/
moete(n) uutleggen ende vagen opden ouden gront/
ende de straten ende wegen aen deselve goeden/
liggen(de) moeten houden ende maken op sijne(n) last/
Ende alle dese vorweerde(n) (et)c(etera) Cor(am) pynnock h(er)meys/
ap(ri)lis ix
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2014-08-27 by Jos Jonckheer