SAL7783, Act: V°200.1 (398 of 713)
Search Act
previous | next
Act V°200.1  
Act
Date: 1498-12-12

Transcription

2019-01-17 by Willy Stevens
It(em) jan paeps sone wijlen jans woenen(de) op m(ijn) hee(re)n van/
chiernes hof geheete(n) schoelove(n) in p(rese)ntia heeft gekint ende/
geleden vercocht te hebben(e) gorijse goederthoys tvie(re)ndeel/
van alsulken schapen als hem toebehoiren sal te meye naistc(omende)/
welke schapen int geheele hij hult vand(en) voirs(creven) gorijse/
elc paer scapen om ende voe(r) xvii stuvers ende elke(n) steen/
wollen om ende voe(r) xvii st(uvers) Dair voe(r) hij bekint gehaven/
ende ontfangen te hebben twintich r(yns) g(ulden) Met conditien/
eest soe dat gorijse voirs(creven) belieft ten mey voirs(creven) sijn/
twintich ryns guld(en) weder te hebben(e) ende de scapen/
tpaer soe diere niet coopen en wilt noch oick de wolle/
soe sal hem die alsdan de voirs(creven) jan wedergeve(n) tamq(uam)/
ass(ecutu)[m] Ende oft hij meer scapen oft wollen levert dan /
de voirs(creven) xx r(yns) g(ulden) gedraegen tsurplus sal hem gorijs/
soe verre hij coop hult opleggen ende betalen Ende in/
gevalle de scapen metter wollen min gedragen sal/
hij dat gorijse opleggen ende betalen t(am)q(uam) ass(ecutu)[m] cor(am)/
tymple borch dece(m)br(is) xii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2014-08-12 by Jos Jonckheer