SAL8113, Act: V°43.1 (59 of 369)
Search Act
previous | next
Act V°43.1  
Act
Date: 1441-08-19

Transcription

2020-09-21 by Gerry Van Helmont
Nae dien dat gielkin van hoelair inde banck voir meye(r) en(de)/
scepen(en) van loven met rechte aengesproken heeft machiele keyenoge/
voer xxi gulden riders en(de) xx stuv(er)s die de selve machiel/
den vors(creven) gielken sculdich was en(de) de selve p(ar)tijen [nae] aensprake en(de)/
verantwerde(n) van beide(n) p(ar)tijen de vors(creven) machiel vand(er) he(re)n scepen(en) van/
loven tot sijne(n) thonisse gewijst werdt dair toe hij behoerliken/
dach nam tot welke(n) dage hij niet en quame noch niet en/
thoende So wesen de h(ere)n de scepen(en) van loven voir een/
vo(n)nisse so waer de selve mych(iel) niet en quame noch niet/
en thoende ten opstane tsmeyers en(de) den scepen(en) dat de vors(creven)/
gielke(n) van hoelair aende(n) [opden] vors(creven) mach(iel) sijne(n) eisch v(er)rect soude/
hebbe(n) cor(am) roel(ants) wijfliet lynth(e)r(e) prijke(re) aug(usti) xix
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2016-01-26 by Jos Jonckheer