SAL8126, Act: V°241.2 (288 of 456)
Search Act
previous | next
Act V°241.2  
Act
Date: 1456-03-08

Transcription

2020-09-11 by Marika Ceunen
It(em) de voirs(creven) m(ar)griete docht(er) des vors(creven) wijle(n) gielijs en(de) de vors(creven)/
machiel als geleit gelijc vors(creven) steet totte(n) goede(n) des vors(creven) wilen/
gielijs in p(rese)nc(ia) hebbe(n) gekint en(de) gelijt heeft gekint en(de) gelijt/
en(de) den vors(creven) qui(n)tene oppenbarlic toegeseet dat de vors(creven) goede/
zeed(er) der doot des vors(creven) wile(n) gielijs niet beco(m)mert noch belast/
sijn En(de) oftme(n) de cont(ra)rie va(n) dien bevonde so heeft hij geloeft/
den vors(creven) qui(n)tene dat gebrec af te doene en(de) de goede d(aer) af tont/
laste(n) en(de) alt(oes) d(aer) af te rechte inne te stane en(de) h(ier) af heeft/
geloeft de vor m(ar)griete docht(er) des vors(creven) gielijs wile(n) van/
meldert de(n) vors(creven) mychiele scadeloes tontheffe(n) cor(am) roelants/
meersberghe m(ar)cii viii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-04-20 by The Administrator