SAL8136, Act: R°108.3 (140 of 413)
Search Act
previous | next
Act R°108.3  
Act
Date: 1466-11-27

Transcription

2020-04-24 by myriam bols
Cu(m) (con)d(ici)[o(n)e] hoe wale de voirs(creven) h(er) willem dobbel brieve heeft elken/
spreken(de) van eene(n) rijd(er) erfl(ick) soe es nochtans vurw(er)de dat de/
voirs(creven) p(er)soene(n) ghestaen zulle(n) eens des jairs met i rijder te/
betalen(e) behoud(elic) den voirs(creven) h(er) willem(me) sijn behulp met welken/
brieve hem dat ghelieve(n) sall Met vurw(er)den dat hij dair mede/
gheen pande eysschen en sal moghen hij en hadde ghebreck ind(er)/
gued(inge) ende vestich(eit) voirs(creven) oft dat de voirs(creven) goede bove(n) alle/
co(m)mer dair voe(r) uutgaen(de) niet twee rijd(er)s erfl(ick) en wordden/
bevonden weerdt sijnde cor(am) eisd(em)
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2018-08-13 by The Administrator