SAL8140, Act: V°196.1 (335 of 468)
Search Act
previous | next
Act V°196.1  
Act
Date: 1471-03-11

Transcription

2021-02-11 by Dominique Van Daele
It(em) jan storre gheheeten vander beke van weesemale nu t(er) tijt wonen(de)/
te linthout inde vrijheit van bruessel heeft ghelooft ghezekert en(de)/
ten heylighen [ge]sworen dat hij des dijsdaghs nae halff vasten(en) naestc(omende)/
ende op eene(n) bauduyn van x rinssche gulden(en) tot ons gened(ichs) she(re)n behoef/
come(n) sal tot loven(e) ende uut(er) stad niet scheyden tott(er) tijt toe dat hij/
gielijse vand(er) stoct als p(ro)cur(eur) der wed(uwe) jans wijlen uuten hove behoirlijke/
betaelt ende vestich(eit) sal hebben ghedaen vanden verloepe ende/
bewijsenissen van alsulken drie rijd(er)s lijft(ochten) dair voe(r) hij nu t(er) tijt/
bijden offici(er) van rotsselair alh(ier) te loven(e) in hachten ghelev(er)t es in/
hachten sidt oft hem van dien metten rechte ontslaen ende ontwercken/
voe(r) wet van loven(e) op welke ghelufte de voirs(creven) jan nu t(er) tijt ontslaect/
wordt uut(er) hachten bij alsoe dat de selve jan sal verlegghe(n) de costen/
van rechte van brieve(n) van innebringen(en) van vroentcosten beyde te/
rotselair ende te loven(e) ghedaen cor(am) oppend(orp) wynghe m(ar)tii xi
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-08-13 by The Administrator