SAL8142, Act: R°25.2 (39 of 810)
Search Act
previous | next
Act R°25.2  
Act
Date: 1473-07-27

Transcription

2019-09-16 by Véronique Bavin
It(em) nae dien dat come(n) sijn in rechte voir meye(r) ende scepen(en) van loven(en)/
yde kempeneers in deen zijde ende lambrecht doupey zone wijlen lambeerts/
in dand(ere) alse van dien dat de voirs(creven) yde meynde ende in rechte dede/
p(ro)pone(re)n dat de voirs(creven) lambrecht der selv(er) yden toegheseet en(de) ghelooft/
hadde dat hij o(m)me te voldoene zeke(re) scepen(en) brieve(n) van loven(en)/
spreken(de) van twee rijd(er)s lijft(ochten) ten live der voirs(creven) yden dair inne/
de voirs(creven) wijlen lambeert vader des voirs(creven) lambrechts met sijnen/
medeplichte(re)n verbonden was staen(de) febr(uarii) v[ta] li(br)[o] lviii eene(n) vanden/
twee rijd(er)s aflegghen ende quijten soude nae inhouden vanden brieve(n)/
bynnen eenen zeke(re)n daghe nu ov(er)leden sijnde ende vanden ande(re)n rijd(ers)/
lijft(ochten) goede vestich(eit) doen dwelck de voirs(creven) lambrecht ontkinde ende/
der voirs(creven) yden tot hue(r) thonissen ghewesen sijnde ten daghe van thonen(en)/
thoende de voirs(creven) ghelufte alsoe sij die bij gheleet hadde gheschiet te/
zijne Soe es bij scepen(en) van loven(en) ghewijst dat de voirscr(even)/
lambrecht ghehouden sal sijn den eene(n) vanden voirs(creven) ii rijd(er)s af te leggen(e)/
ende te quijten(e) ende vanden ande(re)n rijd(er) goede vestich(eit) doen cor(am) lyemi(n)ge(n)/
blanck(ar)t m(ichaele) abs(oloens) m(er)sels lynden julii xxvii
ContributorsWalter De Smet
Moderated byWalter De Smet
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus