SAL8142, Act: R°263.1 (458 of 808)
Search Act
previous | next
Act R°263.1  
Act
Date: 1474-02-04

Transcription

2020-10-22 by myriam bols
It(em) andries ylkairt in tegewoirdicheid goesswijns tybe burg(er)meest(er)/
te loeven heeft gekyndt ende gelijdt dat jozijne wilen zijn docht(er) wed(uwe)/
gheerds wilen de wape(n)makere wettelic sculdich es bleven cornelise/
coelve(re) van wijne gehaelt in cleynen pe(n)ninghwerden sess rijnsch guld(en)/
te xx stuv(er)s tstuck en(de) viii gr(ipen) ende heeft de selve andries de vors(creven)/
schout aen hem genomen en(de) geaccepteert als zijns selfs wettige schult/
en(de) gelooft de selve schout te betalen ter manissen des voirs(creven) cornelijs/
Ende oft die schout bynnen zijnen levene niet betaelt en worde soe/
heeft hij andries bekindt die wettilic sculdich te zijne om die naen/
zijn goede na hem blivende oft zijnen erfgenamen met goed(er) deughde/
liker en(de) rechtverdigher actien te moegen verhalen om dairaf volcomel(ic)/
vernueght te worden cor(am) tybe burgim(a)g(ist)ro p(re)d(i)c(t)o ex relatis ei(us)d(em)/
febr(uarii) iiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus