SAL7327, Act: V°317.2-R°318.1 (223 of 278)
Search Act
previous | next
Act V°317.2-R°318.1  
Act

Transcription

2020-01-22 by Jos Jonckheer
Cond zij allen lieden dat symoen vand(er) scaelgen dieme(n) heet inden rinc/
in jegewoirdich(eit) d(er) scepen(en) van lov(en) gestaen heeft geloeft voir hem sijnen/
erfgename(n) en(de) nacomelinge(n) woute(re)n van belanden dieme(n) heet de mu(n)te(re)/
sijne(n) erfg(enamen) en(de) nacomeli(n)g(en) vanden goeden h(ier) nae bescreve(n) te weten vande(n)/
groete(n) steyne(n) huyse met d(er) vorsten voute(n) (et)c(etera) (et) no(m)i(n)e(tur) ut in add(ucti)[o(n)e]/
inden welken de voirs(creven) wouter van willem(me) gans voir meye(r) en(de) scepen(en) van/
gegoet en(de) geerfst es altoes genoegh te doen op dat hem d(air) af yet te/
nauwe geschiet wa(r)e ende de voirs(creven) goede op vier capuyne vier s(chellingen) vi pe(n)ninge/
outs tsijs ene(n) ouden vleemschen groete(n) [outs tsijs] en(de) vijf gul(den) pe(n)ninge geheten/
crone(n) d(er) mu(n)ten sconynx van vrancr(ijc) goet van goude en(de) swair van gewichte/
erfs tsijs als op allet recht d(air) voir uutgaende van alle(n) ande(re)n co(m)me(r) en(de)/
calaenge(n) [voirtaen] te wa(r)ende(re)n also dat den voirs(creven) wout(ere)n sijne(n) erfgename(n) en(de) naco(me)l(ingen)/
erflic vast en(de) seker sijn moege Ende om de meerde(r) vestich(eit) den voirs(creven) wout(er)/
vande(n) voirs(creven) wa(r)endeerscape te doen de voirscr(even) symoen met wille en(de) conse(n)te/
des voirs(creven) willem gans die tot sijne(n) goede(n) geleidt es de voirs(creven) sijn goede
//
gelegen ald(air) naest den goeden voirs(creven) bij orlove she(re)n vande(n) gronde in tytle van/
ene(n) wittige(n) ond(er)pande gesedt Ende es vorwarde dat de voirs(creven) symoen of/
woute(r) deen ten ande(re)n wairt gheen vynste(re)n oft licht maken noch houden/
en selen beneden bij voete vand(er) eerden of van e(n)nig(er) scagien en(de) of e(n)nich/
van hen e(n)nige [vynste(re)] of licht maecte bove(n) de seve(n) voete opwart dat hij die wael/
vast vercolompne(n) sal en(de) de steyne(n) gote tusscen hoe(r) beyd(er) goede selen sij te/
gelike erflic houden en(de) elc van hen sal sijne(n) osidrup behoude(n) alsoe hij nu/
es Oec sal elc van hen sijn voute houden in goeden state also dat den ande(re)n/
d(air) af gheen schade en come noch dat elc den ande(re)n sijn licht dat sij nu/
hebben bety(m)me(re)n noch beletten en sal in gheenre manie(re)n calst(ris) kersmake(re)/
ap(ri)lis p(ri)ma
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2012-09-12 by Sabrina Keyaerts