SAL7333, Act: R°171.3-V°171.1 (189 of 381)
Search Act
previous | next
Act R°171.3-V°171.1  
Act

Transcription

2021-01-29 by xavier delacourt
It(em) cond zij allen lieden dat goessen matheeus van boensbeke es come(n) in jeg(ewordicheit) /
der scepen(en) van loven(e) ende heeft genome(n) ende bekent dat hij genome(n) heeft van /
vrouwe janne(n) weduwe h(er) jacops wilen van glymez ridders de goede en(de) thof /
der selv(er) m(ijnre) vrouwe(n) gelege(n) te refay (vacant) Te houden te /
hebben ende te wynne(n) van s(en)[te] jans misse bap(tis)[ten] lestleden eene(n) t(er)mijn van ix jae(re)n lang deen nae dander daer nae sonder middel volgende elx /
jaers dae(re)bynne(n) om tweenvijftich mudde spelten goet en(de) payabel /
met wa(n)ne ende vlegele wel bereyt der mate(n) van loven(e) alle jae(re) te s(en)[te] /
andries misse apostels te betale(n) ende te refay te leve(re)n jaerlijx den voirs(creven) t(er)mijn /
due(re)nde q(uo)lib(et) ass(ecutu)[m] It(em) sal de voirs(creven) wynne m(ijnre) vrouwe(n) jaerlijx soeme(re)n /
vi stucken hoerenvees en vier stucken [hoe(re)nvees] wynte(re)n op sijne(n) cost It(em) sal de voirs(creven) /
wynne m(ijnre) vrouwe(n) voirs(creven) jaerlijx houden wynt(er) ende zomer vier verkene /
gelijc de(n) sijne(n) It(em) sal de voirs(creven) wynne jaerlijx bynne(n) den voirs(creven) hove /
leve(re)n iii [c] goeder cusber walme(re) om de huysinge vande(n) voirs(creven) hove mede /
te decken en(de) alsmen die daer verdeckt soe sal de voirs(creven) wynne den /
wercliede(n) den montcost gheve(n) ende de voirs(creven) wynne [m(ijn) vrouwe] sal de dachue(re)n /
betale(n)
It(em) sal de voirs(creven) wynne m(ijnre) vrouwe(n) voirs(creven) jaerlijx vue(re)n v voeder /
corens oft houts te geldenake oft te foul d(aer)t m(ijnre) vrouwe(n) best genuegen /
sal It(em) sal de voirs(creven) wynne jaerlijx bynne(n) de voirs(creven) hove alle hale(n) met /
sijne(n) wage(n) ende p(er)den alle tym(m)e(r)hout en(de) ande(re) dinge(n) die aende voirs(creven) huyse /
verwerken sal It(em) sal de voirs(creven) wynne jaerlijx van m(ijnre) vrouwe(n) bossche hale(n)
//
bynne(n) den voirs(creven) hove xxviii wissen houts d(aer) me(n) hem die wise(n) sal It(em) sal /
m(ijn) voirs(creven) vrouwe voirs(creven) alle jae(re) vande(n) voirs(creven) wynne hebbe(n) een voeder hoys dwelc /
hij huer int tvoirs(creven) hof leve(re)n sal It(em) sal de voirs(creven) wynne m(ijnre) vrouwe(n) voirg(enoemt) jaerlijx /
saeye(n) een halster lisaets It(em) sal m(ijn) vrouwe voirs(creven) jaerlijx hebbe(n) tp(ro)fijt vander helicht /
vande(n) boeg(ar)de en(de) oic de helicht vande(n) p(ro)fijte vande(n) duyfhuys comen(de) en(de) de voirs(creven) wynne /
sal tduyve(n)mest allent hebben d(aer) voe(r) hijse te wynte(re) oic vuede(n) sal It(em) sal m(ijn) /
voruwe voirs(creven) hebbe(n) tgebruyck vander koekene(n) ende oic vanden solde(re) boven [de voirs(creven) t(er)mijne due(re)nde] It(em) en sal de voirs(creven) wynne de coeye noch beeste(n) niet late(n) gaen inde(n) bosch (mijnre) /
vrouwe(n) voirs(creven) inde houde(n) ond(er) vier jae(re)n jonc wese(n) It(em) want de voirs(creven) wynne /
te sijne(n) income(n) bevonde(n) tussche(n) xii en(de) xiii boend(er) lants besaeyt met w spelte(n)/
[d(aer) af de twe boend(er) getaxeert wae(re)n op ix mudde spelten] /
en(de) xvii [xvi][xiii] boend(er) lants met zom(er)vrucht [en(de) drie boende(re)n met erwete(n) en(de) crocken] Soe is vorw(er)de dat de voirs(creven) wynne die /
te(n) afscheide(n) van sijne(n) voirs(creven) t(er)mijne alsoe besaeyt late(n) sal Item want den voirs(creven) /
wynne(n) te(n) income(n) van sijne(n) voirs(creven) t(er)mijne gelev(er)t wae(re)n drie p(er)de ende twe /
coeye getaxeert op xl gripe(n) naemsche payments te wete(n) xiii stuv(er)s ende /
een placke voe(r) elc g(ri)pe gerekent twee calve(re) van drie maenden i ploech /
ende een eeghde Soe is vorw(er)de dat de voirs(creven) wynne die te(n) eynde vande(n) /
voirs(creven) t(er)mijne weder alsoe goet leve(re)n sal ten prise van goeden knape(n) It(em) want /
de wynne de brake te sijne(n) income(n) bevant op omgedaen op twe vo(r)en /
Soe is vorw(er)de dat hij die alsoe late(n) sal te(n) afscheide(n) van sijne(n) voirs(creven) /
t(er)mine H(ier) af sijn borge(n) des voirs(creven) wynne(n) als principael sculde(re)n ongesund(er)t /
en(de) onv(er)scheide(n) ende elc voe(r) al jan matheeus brueder des voirs(creven) wynne(n) /
wonen(de) te boensbeke matheeus matheeus brueder der voirs(creven) gebruede(re) /
wonen(de) te boensbeke bellen knoeps van boensbeke ende aert moens [maes] /
van vissenake et p(rim)[(us)] abs(oloens) hug(ar)d(en) no(vem)[br(is)] xiii /
[d(aer) af de drie boende(re) erwete(n) ende crocke selen sijn]
ContributorsMarika Ceunen , Inge Moris
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2012-02-03 by Marika Ceunen