SAL7335, Act: R°397.3 (421 of 451)
Search Act
previous | next
Act R°397.3  
Act

Transcription

2020-07-14 by kristiaan magnus
Tvonnisse tusschen jaq(ue)mijn my(n)chart in deen zijde en(de) janne/
mynchart gehete(n) rosseal sine(n) neve in dande(re) alse van ii[c]/
gulden pet(er)s die de voirs(creven) jan als borge des voirs(creven) jaq(ue)mijns voir/
de wy(n)ninge en(de) goede van neufcourt toebehoe(re)nde den godshuyse/
van aiwirez bij bedwange van rechte ind(er) stad van bruessele/
willem(me) den clerc des voirs(creven) godshuys rentmeest(er) hadde moten/
betalen na der geluften dair af gedaen vande(n) welken de/
voirs(creven) jaq(ue)mijn hem geloeft hadde te lossen en(de) tontheffen gelijc/
hij inde(n) rechte volcomelijc thoende beyde met c(er)tificatie/
der stad van bruessele en(de) wettege ma(n)ne(n) die dair bij/
geweest hadde(n) Was gewijst met desen worde(n) dat de/
voirs(creven) jaq(ue)mijn mynchart den voirs(creven) janne vand(er) voirs(creven) so(m)men/
dair voe(r) hij aengesproke(n) was vernuege(n) soude p(rese)nt(ibus)/
pynnoc opp(endorp) rike abs(oloens) ov(er)wynge junii p(ri)ma
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2013-04-18 by Inge Moris