SAL7337, Act: R°264.5-V°264.1 (378 of 572)
Search Act
previous | next
Act R°264.5-V°264.1  
Act
Date: 1443-02-21

Transcription

2020-07-23 by kristiaan magnus
It(em) de voirs(creven) jonc(frouwe) m(ar)ga(r)ete van ov(er)dile heeft gekent en(de) gelijdt/
hoe wale de voirs(creven) lodewijc hue(r) de voirs(creven) goede op den voirs(creven)/
co(m)mer gewarendeert heeft sonder inder selver warandeerscape/
te v(er)manen(e) vanden l lovensche scilde die jouffr(ouwe) katheline/
van berthem ghesellinne lodewijc roelofs tot hue(re)n live heeft/
op de goede des voirs(creven) lodewijck daer voe(r) so(m)meghe vande(n)/
voirs(creven) beemden tonderpande staen dat zij daer o(m)me den/
voirs(creven) lodewijcke noch zijn ande(r) goede niet aenspreken en sal/
even verre de voirs(creven) lodewijck jairlijx alsoe v(er)nueght ende/
contenteert dat hue(r) goede voirg(eruert) dair af ongepraemt bliven/
Ende oft hue(r) oft hue(re)n goeden e(n)nighen last d(aer) o(m)me aengebroght/
/ worde met rechte dat zij dan met hue[r](e)r waerscap alsulken letsel/
opten voir(screven) lod(ewijcke) en(de) sijn goede v(er)halen sal mogen cor(am) eisdem
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2013-03-05 by Inge Moris