SAL7338, Act: R°313.3-V°313.1 (368 of 519)
Search Act
previous | next
Act R°313.3-V°313.1  
Act
Date: 1444-03-06

Transcription

2020-10-01 by Roger Morias
It(em) es vorwerde dat hue(r) de voirs(creven) vrouwe metden voirs(creven) beken brieve/
hen niet vorder behulpen en sal mogen dan na uutwisen eene/
cedulen hier na bescreve(n) die de selve vrouwe met hue(re)n en(de) de vors(creven)/
vranc met sine(n) zegelen bezegelt hebben wij zuster katline bider/
namen gods abdesse van vrouwe(n)perke der orden(en) van cysteaux inde(n)/
creesdo(m)me van ludic doen cont enen yegeliken dat wij om orber en(de) profijts ons vors(creven)/
godshuys van vrouwen p(er)ke aen genomen hebben onsen lieven gemi(n)den vrancken moens/
van winxele tot onsen en(de) ons voirs(creven) gosdshuys [en(de)] en(de) conve(n)ts rintmeester en(de) kelle(rmeester) van/
boydens en van comptich enen t(er)mijn van sesse jaren lang duerende naest tinden een/
volgende in gaende opden dach datu(m) des briefs Welke vrancke gehouden zijn sal/
ende verbonden alle ende yegewelke rijnten tsijs en(de) pacht der vorzeiden kelderide(n)/
en(de) den corensulde(r) dus [des] voirs(creven) godshuys toebehorende te wat pla[e]tsen ocht steden/
bynnen ende buyten den lande van brabant dat men die ons en(de) onsen voirs(creven)/
godshuyse sculdich sijn mach in te heffene en(de) op te borene te tijde also dat behore(n)/
sal op alsoe dat ons nocht onsen voirs(creven) godshuyse d(aer) aff ghen scade en gesciede/
Van welken goeden tsijze(n) pachte en(de) rinten vranck ons rijntmeest(er) en(de) kelle(rmeester) voirg(enoemt)/
tallen tiden als wijs bege(re)n selen sal ons en(de) onsen voirs(creven) conve(n)te wettege rekeni(n)g(en)/
doen bij alsoe wart also dat hij enigen tsijs pacht oft renten metten rechte verloe(re)/
sonder v(er)somenisse van hem dair aff sal hij ongehouden zijn die over te leggene/
behoudelec dien den selve(n) vrancken wider werden alle sijnen coest en(de)/
last die hij(s) om ons en(de) ons voirs(creven) godshuys goede tsijse pacht en(de) rinten met rechten/
te vervolgenne uutgeleydt en(de) betaelt sal hebben sond(er) aergeliest ende voe(r) sijn/
loen dyenst en(de) aerbeyt selen wij sust(er) katlijne abdisse voirg(enoemde) een voirs(creven) vrancke(n)/
onsen rintmeest(er) en(de) kelle(rmeester) jarelix betalen xx gulden holl(ans) en(de) ene(n) tabbart/
ocht iiii gulden holl(ans) dair vore en(de) een paert gehouden ten sijne(n) cost soe wannier/
hij binnen vrouwenp(er)ke comen sal en(de) oec wezeliken cost soe wannier hij buten/
om ons en(de) ons voirs(creven) godshuys goede en(de) renten gaen ocht riden sal en(de) als
//
hij op ons hove niet en wae(r) om welke poenten en(de) condi/
tien gehouden te werdenne vaste en(de) gestentich soe hebben wij sust(er)/
katl(ijn) abdisse voirg(enoemt) ter ender sijden onsen segel ende ic/
vrancke moens voirs(creven) mijne(n) p(ro)peren zegel aen desen l(ette)ren gehan/
gen op den [sesten] dach in m(er)te int jae(r) xiiii[c] xliiii nae costume van ludeke
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-11-25 by Jos Jonckheer