SAL7338, Act: V°190.3-R°191.1 (230 of 519)
Search Act
previous | next
Act V°190.3-R°191.1  
Act
Date: 1443-12-05

Transcription

2019-09-11 by Roger Morias
It(em) tvonnis tussche(n) merten van schore die geleyt es tot den haeflike(n)/
goeden robrechts van schoe(re) des jonghe(n) sijns brueders in deen zijde/
ende wout(er) vander herstrate(n) in dande(r) als van zeke(re)n have(n) die die voirg(enoemde)/
wouter afgepant hadde ende de welke hij meynde dat hem volge(n) soude/
mitds dien dat hij robrechte van schoe(re) voirscr(even) voir meye(r) ende scepen(en)/
van nederlynte(r) verreyct hadde voir xxv guld(en) te x stuv(er)s voir en(de)/
eer dbeleyt gedaen was daer op die voirg(enoemde) merte(n) antdwerden/
dede dat hem die aen noch sine(n) beleyde die aensprake negheen/
/ onstade doen en soude gemerct dat hij met vonnisse inde goede gewese(n)/
wae(r) en(de) al waert also dat wout(er) voirscr(even) robeerde voirscr(even) verreyct/
hadde so mocht hij dat aen sijn h lijf vervolge(n) Es gewijst met desen/
woirde(n) dat alsulke(n) aensprake als wout(er) gedaen gedaen heeft den/
voirg(enoemde) mertene noch sine(n) beleyde negheen onstade doen en sal en(de) heeft/
wouter voirscr(even) den voirscr(even) robrechte yet aen te spreken(e) dat hij dat doen mach en(de) met den rechte cor(am) lomb(ar)t abs(oloens) py(n)noc vynck/
voshe(m) dormale dec(embris) qui(n)ta
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-10-07 by Jos Jonckheer