SAL7339, Act: R°333.5 (388 of 450)
Search Act
previous | next
Act R°333.5  
Act
Date: 1445-05-08

Transcription

2020-02-03 by Jos Jonckheer
Tvo(n)nisse vanden gedinge hangende voe(r) meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(e)/
tusschen henricke van eycken in deen zijde en(de) woute(re)n vand(er) riviere(n) in/
dande(re) alse van zeke(re)n so(m)men van gelde va(n) wijne die de voirs(creven) wouter jegen/
lijsbette(n) van eycke(n) moeder des voirs(creven) henr(icx) gecocht hadde die de selve/
henric meynde dat de voirs(creven) wouter hem noch sculdich ware Was/
gewijst met desen woirde(n) dat de voirs(creven) henr(ic) te vroech op is na de/
goede vo(n)nissen die d(air) voe(r) af gewijst ware(n) P(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) ex(cep)[to] rijke maii viii
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2016-11-19 by Jos Jonckheer