SAL7339, Act: V°253.5 (316 of 450)
Search Act
previous | next
Act V°253.5  
Act
Date: 1445-03-02

Transcription

2019-07-16 by Jos Jonckheer
It(em) gielijs sand(er)s die beclaecht was als ma(n) van bute(n) van wout(ere)n/
van laethe(m) als man va(n) bi(n)ne(n) van [vor] c rijd(er)s heeft he(m) [es] opde(n)/
dach van hede(n) verwerdt [gewijst] jege(n) de(n) selve(n) woute(re)n met vo(n)nisse der/
scepen(en) van loeven(en) [want wout(er) int recht niet en qua(m) noch en p(rese)nteerde] p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) except(o) abs(oloens) m(ar)cii ii
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2016-11-16 by Jos Jonckheer