SAL7339, Act: V°369.3 (432 of 450)
Search Act
previous | next
Act V°369.3  
Act
Date: 1445-06-12

Transcription

2019-11-27 by Jos Jonckheer
It(em) want goert ve(re)nkerelden die voir meye(r) en(de) scepen(en) van/
loven(e) gegoedt en(de) gheerft es van janne lonijs die mids/
macht van scepen(en) brieve(n) van loven(e) hem bekent van/
heywigen vanden keernen docht(er) goerts wilen vanden keernen/
van thiene(n) geleit was tot den goede(n) d(er) voirs(creven) heylwigen/
ond(er) den ande(re)n in een huys ende hof metten bog(ar)de/
en(de) ande(re)n sijne(n) toebehoirten gelegen te weve(r) tusschen de/
goede(n) h(er)mans wilen van pamele en(de) de goede(n) aelbrechts/
switten gaende acht(er)w(er)t totden beemde des voirs(creven) wilen h(er)mans/
van pamele Op den dach van hede(n) hadde doen inscrive(n)/
arnde van daelhem die hem aen de voirs(creven) goede(n) ongebruyc/
pijnde te make(n) Tot welken dage de voirs(creven) arnt/
int recht niet en comp(ar)eerde Soe eist dat de/
scepen(en) van loven(e) t(er) manissen smeyers gewijst hebbe(n)/
voir een vo(n)nisse dat men den voirs(creven) goerde vand(en)/
goeden voirs(creven) houde(n) soude inde macht van sijnre/
guedingen alsoe v(er)re dat noch voir scepen(en) comen wa(r)e/
p(rese)nt(ibus) rijke abs(oloens) witte ov(er)wynge vynck(enbosch) lynt(er) iu(n)ior/
junii xii
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2016-11-20 by Jos Jonckheer